In de biografie van keizer Hadrianus (76-138 n.C.) in de 'Historia Augusta' is ook een dubbelzinnig en vaak vertaald gedichtje opgenomen dat de keizer in 138 n.C. zelf zou hebben geschreven in Baiae, aan de Italiaanse kust.
Ausonius (?), De geboorte van de rozen (4e eeuw n.C.)
In een beroemd gedicht beschrijft Ausonius (ca. 310-ca. 395 n.C.) of volgens anderen Vergilius (70-19 v.C.) de schoonheid van een rozentuin bij ochtendstond. Dit zijn de openingsverzen.
Cyriacus van Ancona, Een mythische zeetocht (1444)
De antiquariër en proto-archeoloog Cyriacus van Ancona (ca. 1391-ca.1455) beschrijft in een brief hoe hij op 2 april 1444 met een 'moederschip' en twee kleinere schuitjes vanuit Chios voer naar Foglia Nuova (het antieke Fokaia).
Roufinos, Wensen voor Elpis (2e eeuw n.C.?)
Roufinos (gedateerd van de eerste eeuw tot de vijfde eeuw n.C.) schrijft een hartstochtelijk epigrammatisch briefje naar het meisje Elpis: Anthologia Graeca V.9.
Janus Lernutius, Boos op Isabelle (ca. 1583)
De grote Brugse Neolatijnse dichter Janus Lernutius (1545-1619) schreef met zijn stadsgenoot Victor Giselinus een collectie Catullusparodieën, waarvan dit gedichtje (Manes Catulli 62) speelt met Catullus 72.
Enea Silvio Piccolomini, Voor Cinthia XVI (ca. 1431-1435)
Enea Silvio Piccolomini (1405-1464) componeerde voor zijn 'Cinthia' een collectie erotische gedichten, maar toen hij in 1458 tot paus Pius II werd verkozen, deed hij deze verzen liever verdwijnen. In de 19e eeuw kwamen ze echter terug boven water.
Giovanni Boccaccio, Over Semiramis (ca. 1362)
De beroemde Giovanni Boccaccio (1313-1375) schreef een collectie Latijnse vrouwenbiografieën. De volgende anekdote komt uit zijn levensbeschrijving van de legendarische oosterse vorstin Semiramis (De mulieribus claris II.9-11).
Phoinix van Kolophon, Over Ninos (4e eeuw v.C.)
Athenaios (3e eeuw n.C.) bewaart in het twaalfde boek van zijn Deipnosophistai een choliambisch gedicht dat Phoinix van Kolophon (4e eeuw v.C.) zou hebben geschreven over de Assyrische koning Ninos.
Pseudo-Vergilius, Copa (1e eeuw v.C.?)
De Appendix Vergiliana is een collectie Latijnse gedichten die wellicht grotendeels ten onrechte aan Vergilius worden toegeschreven. Daaruit komt ook de Copa of 'Kroegbazin'.
John Barclay, Argenis I.1 (1621)
De dag voor zijn dood beëindigde de Schot John Barclay (1582-1621) zijn Neolatijnse roman Argenis. Dit is de openingspassage.
Propertius, Elegie II.8 (eerste eeuw v.C.)
De Romeinse elegische dichter Propertius (ca. 47-ca. 15 v.C.) schreef rond 25 v.C. een elegie over zijn liefje Cynthia.
Daniël Heinsius, Over de muggen van Zwijndrecht (ca. 1613-1617)
Daniël Heinsius (1580-1655) beklaagt zich in een Grieks gedicht over muggen die hem in Zwijndrecht een hele nacht wakker hielden.
Maffeo Vegio, Supplementum Aeneidos, vss. 302-315 (1428)
In zijn Supplementum of dertiende boek van de Aeneis beschrijft Maffeo Vegio (1407-1458) de capitulatie van koning Latinus.
Justus Lipsius, Voor Juventia (1569)
Justus Lipsius (1547-1606) schrijft een Catulliaans gedichtje voor het meisje Juventia.
Philodemos, Anthologia Graeca V.115 (1e eeuw v.C.)
De dichter-filosoof Philodemos (1e eeuw v.C.) mijmert over zijn naam en zijn bijzondere passie.
