Athenaios (3e eeuw n.C.) bewaart in het twaalfde boek van zijn Deipnosophistai een choliambisch gedicht dat Phoinix van Kolophon (4e eeuw v.C.) zou hebben geschreven over de Assyrische koning Ninos.
Pseudo-Vergilius, Copa (1e eeuw v.C.?)
De Appendix Vergiliana is een collectie Latijnse gedichten die wellicht grotendeels ten onrechte aan Vergilius worden toegeschreven. Daaruit komt ook de Copa of 'Kroegbazin'.
John Barclay, Argenis I.1 (1621)
De dag voor zijn dood beëindigde de Schot John Barclay (1582-1621) zijn Neolatijnse roman Argenis. Dit is de openingspassage.
Propertius, Elegie II.8 (eerste eeuw v.C.)
De Romeinse elegische dichter Propertius (ca. 47-ca. 15 v.C.) schreef rond 25 v.C. een elegie over zijn liefje Cynthia.
Daniël Heinsius, Over de muggen van Zwijndrecht (ca. 1613-1617)
Daniël Heinsius (1580-1655) beklaagt zich in een Grieks gedicht over muggen die hem in Zwijndrecht een hele nacht wakker hielden.
Maffeo Vegio, Supplementum Aeneidos, vss. 302-315 (1428)
In zijn Supplementum of dertiende boek van de Aeneis beschrijft Maffeo Vegio (1407-1458) de capitulatie van koning Latinus.
Justus Lipsius, Voor Juventia (1569)
Justus Lipsius (1547-1606) schrijft een Catulliaans gedichtje voor het meisje Juventia.
Philodemos, Anthologia Graeca V.115 (1e eeuw v.C.)
De dichter-filosoof Philodemos (1e eeuw v.C.) mijmert over zijn naam en zijn bijzondere passie.
