Pseudo-Ploutarchos, Over het belang van intellectuele vorming (2e eeuw n.C.)

In de Moralia of verzamelde essays van Ploutarchos van Chaironeia (ca. 46 – 120 n.C.) is een werkje bewaard onder de titel Περὶ παίδων ἀγωγῆς (in het Latijn De liberis educandis) of Over de opvoeding van kinderen. De tekst wil een praktische handleiding zijn voor geletterde Grieken om hun zonen te vormen tot deugdzame, intellectuele en maatschappelijk actieve burgers. Volgens de auteur berust een succesvolle opvoeding of παιδεία op de harmonieuze combinatie van natuurlijke aanleg, systematisch onderricht door bekwame leraren en een consequente training van goede gewoonten. Vandaag wordt het auteurschap van Ploutarchos erg betwijfeld, maar in de renaissance kende de tekst een enorme populariteit. Zo werd het essay reeds in 1411 naar het Latijn vertaald door Guarino da Verona om vervolgens een grote invloed te hebben op de pedagogie van denkers als Erasmus en John Locke. In het begin van het de tekst stelt ‘pseudo-Ploutarchos’ dat een degelijke intellectuele vorming cruciaal is voor een gelukkig leven, nog meer dan afkomst, rijkdom, roem, schoonheid of gezondheid.
Samenvattend is mijn stelling dus – en ik geef hiermee wellicht de indruk veeleer een orakelspreuk dan een advies te geven – dat er in deze kwestie één fundamenteel principe is dat de eerste, de middelste én de laatste positie inneemt: namelijk een voortreffelijke opleiding en degelijke vorming. Het is mijn overtuiging dat deze principes de drijvende kracht en bondgenoot zijn op de weg naar uitmuntendheid en geluk. Daarnaast zijn alle andere zogenaamde zegens volgens mij slechts menselijk, triviaal en geen ernstige inspanning waard. Een goede afkomst is weliswaar iets moois, maar het is slechts een verdienste van je voorouders. Rijkdom is dan wel waardevol, maar blijft een geschenk van het lot, want de voorzienigheid nam hem vaak af van wie hem bezat en schonk hem aan wie er niet eens op hoopte. Bovendien vormt grote welvaart een doelwit voor mensen die graag op geldbeurzen mikken, zoals kwaadwillige slaven en kwatongen. En het ergste van al: rijkdom valt ook de grootste schurken ten deel. Roem is inderdaad respectabel, maar het is iets wispelturigs. Schoonheid wordt weliswaar felbegeerd, maar het is van korte duur. Gezondheid is dan wel waardevol, maar ook wisselvallig. Fysieke kracht is misschien nastrevenswaardig, maar evenzeer onderhevig aan ziekte en ouderdom. Kortom, als iemand zich beroemt om zijn lichaamskracht, dan moet hij beseffen dat hij zich in zijn oordeel vergist. Wat stelt menselijke spierkracht immers voor in vergelijking met die van andere levende wezens zoals – ik zeg maar wat – olifanten of stieren of leeuwen? Neen, van al onze mogelijkheden is slechts onze intellectuele vorming onsterfelijk en goddelijk. De twee voornaamste gaven in de menselijke natuur zijn nu eenmaal zijn denk- en spraakvermogen. Het verstand heerst over het spreken en het spreken staat ten dienste van het verstand. Het verstand kan niet door het toeval worden vernietigd, niet gegrepen door laster, niet bedorven door ziekte, niet beschadigd door ouderdom. Meer nog: enkel het denkvermogen wordt met het toenemen van de jaren opnieuw jong en de tijd die al het andere wegveegt, voegt aan de ouderdom juist kennis toe. Ja, zelfs een oorlog, die als een winterse stortvloed alles meesleurt en alles wegsleept, is niet in staat om één iets weg te nemen: je intellectuele vorming.