Joseph Rhea, Brief aan zijn zoon John (1777)

Joseph Rhea (oorspronkelijk Reagh, 1715-1777) was afkomstig uit Ierland, studeerde aan de universiteit van Glasgow en trok in 1769 naar Amerika om er de eerste priester te worden van een presbyteriaans kerkje in Taneytown, Maryland. Enkele jaren later besliste hij om naar het zuiden te verhuizen en na meerdere bezoeken aan de regio van Tennessee, kocht hij daar een stuk vruchtbaar land in de Holston County. In die dagen was dat gebied echter het decor van confrontaties tussen de oorspronkelijke Cherokee-indianen en legers van kolonisten. Na er een tijdje als legerpredikant te hebben gediend, keerde Joseph Rhea vroeg in het jaar 1777 niettemin terug naar Maryland om er zijn landgoed te verkopen en zijn familie naar het zuiden over te brengen. Hij werd echter ziek en overleed op 20 september 1777. Vijf maanden voor zijn overlijden schreef Joseph Rhea naar zijn oudste zoon John (1753-1832), die dienstdeed in een militaire eenheid in Virginia, een Latijnse brief met raadgevingen (en enkele taalfouten).
Mijn geliefde zoon,


Ik ben lichamelijk gezond, maar vanbinnen ben ik bezorgd. De mensen langs de Holstonrivier werden weer aangevallen door wilden. Ik verneem dat ze zich in hun versterkingen bevinden, de meesten aan de voet van de glooiende heuvels. Ik denk niet dat ze in het voorjaar een oogst zullen hebben, het zal er voor hen op uitdraaien dat ze in die regio niet kunnen blijven leven. Ik heb mijn landgoed verkocht en op vijftien juni moet ik vertrekken. Als de mensen van Holston tegen die tijd geen twee wagens sturen voor mijn familie, zal ik – als het God belieft – naar Virginia trekken en me engageren om één jaar voor hen te prediken. Ik heb op dit moment geen plaats om mijn familie onder te brengen. Ik wanhoop niet, al vind ik nu wel dat ik te snel tot verkoop ben overgegaan, maar niets is louter toeval, neen, alles gebeurt dankzij de Almachtige Heerser. Schrijf me, alsjeblieft. Zorg bedachtzaam voor je broer Matthew. Je moeder en de anderen thuis maken het goed. Ik schreef je een brief via Kapitein Thompson. Deze brief reist mee met Kapitein Boyer vanuit Virginia, vanuit het huis van Chiliarch McAlister en de stad met diezelfde naam. Ik hoop dat jullie beiden leven met een oog op de toekomst en dat je je naar behoren gedraagt. Vermijd vrouwen en wijn, want die zijn – dat weten jullie – voor velen de ondergang geweest. Leef sober en zorg ervoor dat iedereen van je houdt, vooral de legerleiders. Ik hoop dat God mij zal leiden. Ik heb er verkeerd aan gedaan mijn landgoed te snel te verkopen, maar ik vertrouw erop dat de Heerser van de wereld het tot een goed einde zal brengen. Jullie liefhebbende vader bidt dat God met jullie is en dat hij jullie zal beschermen.

19 april 1777
p.s. wees hartelijk voor de man die je deze brief zal geven, Samuel Blair. Hij was bijzonder vriendelijk tegen me en heeft zijn familie achtergelaten in Botetourt.