Tommaso Strozzi (1631-1701) was afkomstig uit Napels, waar hij letteren en retoriek doceerde vooraleer hij als jezuïet naar verre landen op missie trok. Hij verwierf echter vooral bekendheid dankzij zijn Neolatijnse dichterlijke talenten. Strozzi’s opvallendste werk is ongetwijfeld De mentis potu sive de cocolatis opificio (Over het drankje voor de ziel of over het maken van chocolade) uit 1689. Dit leergedicht van ca. 1800 hexameters behandelt in het eerste boek de cultivatie van cacao, vanille en suiker, beschrijft in het tweede boek de eigenlijke productie van chocolade en bespreekt in het derde boek de veronderstelde therapeutische eigenschappen van chocolade. Doorheen het gedicht passeren verder allerlei exotische curiositeiten, classiciserende mythen, medische discussies en zelfs de beschrijving van een machine om chocolade-ijs te maken. In de aanhef van Strozzi’s chocoladegedicht, die aan Vergilius’ Georgica doet denken, vraagt de dichter aan de Muzen om Pegasus alvast klaar te maken voor een ongewone tocht naar het paradijselijke Mexico.
Van welke boom de boon voortkomt, door wat voor zaad de aarde
bezwangerd in haar gulle schoot de vreemde vrucht gaat dragen.
Door welke chocolade het zwellend vocht je kroes doet schuimen,
in welke maat men mengen moet en welk recept te volgen,
voor welk gebruik men dan die Mexicaanse nectar opdient: 5
daarover wil ik dichten. Muzen, dek nu voor uw dichter
een glad geborsteld paard waarop ik langs de kust kan rijden
en hoog boven de Oceaan gebrul en monsters het hoofd bied,
om landen te doorkruisen waar een ander zonlicht blakert,
gegrepen door de goddelijke, grootse kracht van Phoebus. 10
Een werk wacht mij dat niemand waagde; dus hijs hoog de zeilen
voor verre wereldzeeën, volg de koers die werd gekozen.
Quae pariat glandes arbor, quo semine tellus
feta, peregrinas laeto ferat ubere fruges;
queis tumido spumant cocolatis pocula succo:
quo sint haec miscenda metro, qua lege paranda;
et quos Mexiacum servetur nectar in usus, 5
hinc canere incipiam. Depexum insternite vati
alipedem, musæ, quo vectus, litora et omnem
Oceani tractum fremitusque et monstra per auras
exuperem, terrasque alio sub sole calentes
correptus Phoebi non vano numine lustrem. 10
Vind-ik-leuk Aan het laden...
Gerelateerd