Jacques-Auguste de Thou, Een deal met donderklokken (ca. 1585)

Jacques-Auguste de Thou (‘Thuanus’, 1553-1617) was de jongste telg uit een invloedrijke Parijse magistratenfamilie. Hij maakte carrière in de politiek en speelde een belangrijke rol als onderhandelaar van vredesverdragen tijdens de tumultueuze Franse godsdienstoorlogen. Naast zijn dienstbetoon aan vorst en vaderland liet de Thou echter ook een indrukwekkend Neolatijns oeuvre achter. Hij staat vooral bekend om zijn 138 boeken tellende Historia sui temporis, een monumentale maar destijds erg omstreden ‘wereldgeschiedenis’ van 1545 tot 1607. Daarnaast schreef de Thou een autobiografie (Commentarii de vita sua), onderhield hij correspondentie met prominente geleerden uit heel Europa (onder wie Lipsius en Grotius) en componeerde hij ook Latijns dichtwerk. In een handschrift uit de Franse Bibliothèque National (Dupuy 460, fols 189r-191v) wordt een cyclus bewaard van negen epigrammen waarin de Thou ludiek de draak steekt met de geluidsoverlast die veroorzaakt wordt door de Parijse kerkklokken.
Als ik met u, o, donderklokken, een akkoord kon sluiten,
	dan waren voor mijn vriendschap vast de voorwaarden als volgt:
dat u, als ik mijn aandacht toewijd aan de zoete Muzen,
	een rustpauze wil nemen in uw donderende gebons,
maar als ik mijn dossiermap open die de Muzen haten,				  5
	of kijk naar ruwe ruzies in het sluwe parlement,
schal dan maar, donderklokken, uw barbaarse monsterklanken
	naar volle hartenlust op mijn getergde oren los.