Griekse papyrologie is een weergaloos interessante discipline om onze kennis van de antieke wereld te verruimen. Papyrusteksten bieden ons heel wat informatie over diverse facetten van de Grieks-Romeinse samenleving en geven vaak een unieke blik op het dagdagelijkse leven van gewone mensen. In het omvangrijke corpus van bewaarde papyrusteksten wordt een bijzondere plaats ingenomen door magische papyri, die werden verzameld als Papyri Graecae Magicae (PGM). Deze collectie van Griekse magische spreuken, formules, hymnen en rituelen bevat ook een opvallende categorie van ‘erotische’ toverteksten die mannen moeten helpen om een vrouw verliefd op hen te laten worden. Zo schreef een zekere Hermeias in de vierde eeuw n.C. een driftige toverformule om de liefde van Tigèrous te winnen (PGM XVIIa). Hij richtte zijn smeekbede tot Anubis, de Egyptische dodengod met de hondenkop. Naast de eivormig gemodelleerde toverspreuk αβλαναθαναλβα ακραμμαχαμαρι zette Hermeias enkele magische tekens met daaronder zijn hitsige liefdeswens.
Anubis, god van de aarde, god van de onderwereld, god van de hemel! Hond! Hond! Hond! Verzamel al uw wezenskracht en al uw macht tegen Tigèrous, de dochter van Sophia. Maak een einde aan haar arrogantie, haar vernuftigheid en haar schroomvolle schaamte. Breng haar naar mij, voor mijn voeten, maak dat ze smelt van erotisch verlangen tijdens alle uren van de dag en van de nacht. Laat haar altijd aan mij denken, wanneer ze eet, wanneer ze drinkt, wanneer ze werkt, wanneer ze praat, wanneer ze slaapt, wanneer ze droomt, wanneer ze een orgasme heeft in haar slaap, totdat ze door u gegeseld vol verlangen naar mij komt, met volle handen en een genereus hart, om zich aan mij aan te bieden met al wat ze heeft en om te doen wat vrouwen horen te doen met mannen. Laat haar ten dienste staan van mijn lust en haar eigen begeerte, laat haar zonder aarzeling of schaamte haar dijen voegen tegen mijn dijen, haar buik tegen mijn buik, haar zwart tegen mijn zwart, tot ons hoogste genot. Ja, Heer, breng mij Tigèrous, dochter van Sophia, breng haar tot mij, Hermeias, zoon van Hermione. Nu! Nu! Snel! Snel! Gejaagd door uw gesel!
Ἄνουβι, θεὲ ἐπίγειε καὶ ὑπόγειε καὶ οὐράνιε, κύον, κύον, κύον, ἀνάλαβε σεαυτοῦ τὴν πᾶσαν ἐξουσίαν καὶ πᾶσαν δύναμιν κατὰ τῆς Τιγηροῦ, ἣν ἔτεκεν Σοφία· ἀνάπαυσον αὐτὴν τῆς ὑπερηφανείας καὶ τοῦ λογισμοῦ καὶ τῆς αἰσχύνης. ἄξον δέ μοι αὐτὴν ὑπὸ τοὺς ἐμοὺς πόδας ἐρωτικῇ ἐπιθυμίᾳ τηκομένην ἐν πάσαις ὥραις ἡμεριναῖς καὶ νυκτεριναῖς, ἀεί μου μιμνησκομένην τρώγουσαν, πίνουσαν, ἐργαζομένην, ὁμιλοῦσαν, κοιμωμένην, ἐνυπνιαζομένην, ὀνειρώττουσαν, ἕως ἂν ὑπό σου μαστιζομένη ἔλθῃ ποθοῦσα με, τὰς χεῖρας ἔχουσα πλήρεις, μετὰ μεγαλοδώρου ψυχῆς καὶ χαριζομένη μοι ἑαυτὴν καὶ τὰ ἑαυτῆς καὶ ἐντελοῦσα, ἃ καθήκει γυναιξὶν πρὸς ἄνδρας, καὶ τῇ ἐμῇ καὶ ἑαυτῆς ἐπιθυμίᾳ ὑπηρετουμένη ἀόκνως καὶ ἀδυσωπήτως μηρὸν μηρῷ καὶ κοιλίαν κοιλίᾳ κολλῶσα καὶ τὸ μέλαν αὐτῆς τῷ ἐμῷ μέλανι ἡδυτάτῷ. ναί, κύριε, ἄξον μοι τὴν Τιτηροῦν, ἣν ἔτεκεν Σοφία, ἐμοὶ τῷ Ἑρμείᾳ, ὃν ἔτεκεν Ἑρμιόνη, ἤδη ἤδη, ταχὺ ταχύ, τῇ σῇ μάστιγι ἐλαυνομένην.
Vind-ik-leuk Aan het laden...
Gerelateerd