Bacchylides (Βακχυλίδης) van het Griekse eiland Keos (ca. 518 - ca. 451 v.C.) was een Griekse dichter die samen met zijn oom Simonides deel uitmaakte van de alexandrijnse canon van negen grote lyrici. Volgens sommige bronnen werd hij verbannen uit zijn geboorteland en trok hij de hele Griekse wereld rond om net als zijn tijdgenoot Pindaros te schrijven voor de elite. In de hellenistische tijd werden Bacchylides’ gedichten door Aristophanes van Byzantium verzameld en verdeeld over negen boeken. Na de oudheid ging dit oeuvre echter quasi volledig verloren, tot in 1896 in Egypte een papyrus opdook met veertien 'epinikia' en zes dithyramben, samen goed voor ongeveer 1400 verzen. De Bacchylidespapyrus werd naar Engeland gesmokkeld en wordt sindsdien bewaard in de British Library (BL Papyrus 733). Bacchylides’ vierde 'epinikion' is een korte zegezang voor de beroemde Hiëron van Syracuse en diens overwinning bij de wagenrennen tijdens de Pythische Spelen in het jaar 470 v.C.
Ariphron van Sicyon, Paian voor Hygieia (5e eeuw v.C.)
Ariphron (Ἀρίφρων) van Sicyon was een Griekse lyrische dichter die werkzaam was tijdens de laatste decennia van de vijfde eeuw v.C. Het enige wat van zijn werk tot ons is gekomen, is zijn 'Paian voor Hygieia' ('Παιὰν εἰς Ὑγίειαν'), een lofzang voor de godin van de gezondheid. Het stuk werd misschien gecomponeerd voor de Asklepioscultus in Athene en is onder meer bewaard in Athenaios' 'Deipnosophistai' (XV.701).
Joseph Scaliger, De wonderen van Holland (ca. 1602)
Joseph Justus Scaliger (1540-1609) werd geboren in Frankrijk, maar vertoefde een groot stuk van zijn leven in de Lage Landen, waar hij actief was aan de universiteit van Leiden. Scaliger schreef vooral filologische werken, tekstedities van Latijnse auteurs en een antieke chronologie. In zijn populair geworden 'Carmen de mirandis Bataviae' ('Gedicht over Hollands wonderen') bezingt hij in zeven disticha de wonderen van Holland, maar dit in het Oudgrieks. Brontekst, vertaling en annotaties verschenen ook in Hellas hier!
Pseudo-Ovidius, Een lofzang voor je meisje (ca. 1130-1140)
In de twaalfde eeuw (de 'aetas Ovidiana') schreef een anonieme dichter in navolging van Ovidius' Ars amatoria ook zelf een handleiding tot de liefde. In dit 'De amore' demonstreert hij bijvoorbeeld hoe je een meisje het best kunt verleiden met een uitgebreide lofzang op haar schoonheid (vss. 83-104).
