Jakob Zwinger werd geboren in 1569 in het Zwitserse Bazel als zoon van de beroemde arts en humanist Theodor Zwinger de Oude (1533-1588). Op nauwelijks zestienjarige leeftijd voltooide hij reeds zijn studies in zijn thuisstad om een geneeskundige opleiding te gaan volgen in Padua. Na verdere rondreizen doorheen Italië en Zwitserland keerde Zwinger terug naar Bazel en behaalde daar in 1594 zijn doctoraat in de medicijnen. Vervolgens werd hij in zijn thuisstad een gerenommeerde professor Grieks en verzorgde hij er de publicatie van het oeuvre van zijn gestorven vader, tot hij kort na zijn eenenveertigste verjaardag zelf overleed. Van Jakob Zwinger is naast zijn Principiorum Chymicorum Examen (1606) een omvangrijke correspondentie bewaard, waaronder ook enkele briefjes in het Oudgrieks. Een daarvan schreef hij op dertienjarige leeftijd naar zijn geleerde vader, als het ware om zijn progressie in het Grieks te demonstreren. De jongen bevindt zich op dat moment voor zijn studies in het dorpje Eimeldingen.
Gegroet!
Ik zend u vaak talloze brieven, lieve vader, omdat ik weet dat ze u nauw aan het hart liggen en om ervoor te zorgen dat u vele schrijfsels en producten heeft van mijn zoete genegenheid en mijn hartelijke liefde voor u. Maar ik vraag dat ook u mij eens zou schrijven – als het u uitkomt – over wat u maar direct op de tong hebt om te schrijven, of over uw gezondheid. Niets is mij immers dierbaarder in het leven dan dat laatste. Wees dus gezond, liefste vader, en moge uw leven lang zijn! Geef aan moeder een knuffel van mij en ook aan oma, mijn broer Lukas, mijn zussen en alle anderen die om mij geven. En stuur me mijn profylactische tabletten.
Geschreven vanuit het dorp Eimeldingen op de vierde dag van de herfstmaand Pyanepsion, in het jaar 1582.
Uw zoon Jakob
Ὑγιαίνειν
Πλεῖστα δὴ γράμματά σοι πολλάκις πέμπω, ὦ φίλε πάτερ, καὶ τὸ μὲν, ὅταν οἶδα ταῦτα πάνυ περιπόθητά σοι εἶναι, ἔπειτα δέ, ἵνα ἔχῃς πολλὰ ποιήματα καὶ γεννήματα τῆς γλυκερᾶς φιλοστοργίας καὶ τῆς ψυχῆς ἐμοῦ πρὸς σέ. Ἱκετεύω δέ σε ἵνα καὶ σύ, εἰ δοκεῖ, πρὸς ἡμᾶς πότε γράφῃς, ἢ καὶ ὅ, τι ἂν ἐπὶ τὴν ἀκαιρίαν γλῶσσαν ἔπος ἔλθῃ γράψαι, ἢ περὶ τῆς ὑγιείας σου. Αὐτῆς γὰρ ἐμοὶ οὐκ ἔστι τιμιώτερον οὐδὲν ἐν τῷ βίῳ. Ἔρρωσο, ὦ πάτερ ἀγαπητότατε, καὶ ζώης ἐπιμήκιστον, καὶ ἀσπάζου ἐν ὀνόματί μου τὴν μητέρα, καὶ τὴν μάμμην, ἀδελφόν τε Λουκᾶν, καὶ τὰς ἀδελφάς, καὶ ἄλλους πάντας οἷς μέλει περὶ ἐμοῦ. Καὶ πέμψον ἡμῖν τροχίσκους προφυλακτικούς.
Ἐγράφη ἀπὸ τῆς κώμης τῆς Εἰμεττίγης τῇ τετάρτῃ φθίνοντος μηνὸς Πυανεψιῶνος, τῷ δὲ ἔτει ΑΦΠΒ.
Σὸς Ἰάκωβος
Vind-ik-leuk Aan het laden...
Gerelateerd