Drieëndertig 'Homerische hymnen' zijn er op naam van Homeros (achtste eeuw v.C.) overgeleverd, maar ondanks hun Homerische taal en metrum, dateren deze gedichten in werkelijkheid stuk voor stuk uit latere tijden. Twee lofzangen in deze collectie zijn opgedragen aan Apollo, de god van de muziek en het licht. Het kortste van beide hymnen bestaat slechts uit vijf hexameters en dateert wellicht uit de vijfde eeuw v.C.
Phoibos, voor u zingt zelfs de zwaan op de wiekslag van zijn vleugels, met een klank klaar als kristal als hij opstijgt aan een oever langs de kolkende Peneios. Ja, voor u zingt ook de zanger steeds als eerste en als laatste in zijn zoetgevooisde lofdicht op zijn liefelijke citer. En ook ik wil u, heer, groeten om zo naar uw gunst te dingen door voor u dit lied te zingen.
Φοῖβε, σὲ μὲν καὶ κύκνος ὑπὸ πτερύγων λίγ᾽ ἀείδει, ὄχθῃ ἐπιθρώσκων ποταμὸν πάρα δινήεντα, Πηνειόν· σὲ δ᾽ ἀοιδὸς ἔχων φόρμιγγα λίγειαν ἡδυεπὴς πρῶτόν τε καὶ ὕστατον αἰὲν ἀείδει. Καὶ σὺ μὲν οὕτω χαῖρε, ἄναξ, ἵλαμαι δέ σ᾽ ἀοιδῇ.

