Karl Egger (1914-2003) uit Zuid-Tirol was een priester die als pauselijk secretaris lange tijd verantwoordelijk was voor de vertaling van documenten naar het Latijn in het Vaticaan. Hij werkte onder meer aan het Lexicon recentis Latinitatis, een woordenboek met Latijnse termen voor hedendaagse begrippen. Daarnaast publiceerde hij een Tirolensia Latina, een Latijnse literaire hommage aan zijn oude Heimat. Het boekje bevat voornamelijk prozateksten, maar ook een fraaie Latijnse elegie waarin Eggers liefde voor de bergen en zijn religieuze denken op een unieke wijze samenkomen.
Waar bovenop een rotskolos een ruige top omhoogreikt
en hoge flanken fonkelen, bedekt door eeuwig ijs,
daar staat een kruis, het strekt zijn armen klagend in de leegte,
uit larikshout getimmerd door een religieuze hand.
En als een dorre zomerdag de bergtoppen doet blakeren, 5
of als de winter ze bedekt met dikke pakken sneeuw,
of als een woeste stormwind ze met felle vlagen geselt,
dan blijft het kruis toch rotsvast staan, voor mensen hoop en heil.
En nu het prille avondlicht de hoogste heuvels rood verft,
blijft plots een blonde Oostenrijkse schaapherder hier staan, 10
hij prikt wat blanke Edelweiβ aan het kruis als bloemenoffer
dat hij dapper geplukt heeft op die hemelhoge rots.
Hij neemt zijn hoed af en bidt in een nederige bede:
“Ontferm u 's nachts, mijn God, over mijn kudde en mezelf,
de fonkelwitte bergen, deze vruchtbeladen velden, 15
de stille dorpen van mijn land, bewaak ze, lieve God!”
Saxea qua moles praerupti verticis horret
et iuga perpetua tecta micant glacie,
stat crux in vacuum miserantia bracchia tendens,
quam larice effinxit relligiosa manus.
Sive canis sitiens montana cacumina adurit, 5
sive nivis cumulis acrius urget hiems,
sive feri vexant rapido impete flamina venti,
crux immota manet, spesque salusque hominum.
Celsi cum rutilant sub prima crepuscula colles,
sistit ibi auricomus Raeticus opilio; 10
candidulas stellas, munuscula florea, figit,
audens quas scopulo legit in aërio;
et petasum ante tenens, humili prece Numen adorat:
“Per noctem serva meque pecusque meum!
Hos niveos montes, haec pinguia frugibus arva, 15
has placidas sedes usque tuere, Deus!”
Vind-ik-leuk Aan het laden...
Gerelateerd