Prudentius, De folterdood van een leraar (ca. 400 n.C.)

Aurelius Prudentius Clemens (348-ca. 410 n.C.) werd geboren in Spanje, waar hij een succesvol jurist werd en het zelfs schopte tot provinciegouverneur. Na een carrière aan het keizerlijke hof keerde hij zich van de wereld af om zich te wijden aan een ascetisch leven in het teken van vasten en schrijven. In zijn omvangrijke dichterlijke oeuvre ziet Prudentius het christelijke Rome als een natuurlijke verderzetting van de klassieke wereld en toont hij zich een groot bewonderaar van Vergilius en Horatius. Zijn poëzie werd pas vrij laat na zijn dood algemeen bekend, maar oefende vervolgens een grote invloed uit op de literatuur en beeldende kunsten van de middeleeuwen. Een van de opmerkelijkste van Prudentius’ dichtwerken is het zogenaamde 'Liber Peristephanon' (‘Het boek van gekroonde martelaren’), een collectie van veertien lyrische gedichten over christelijke martelaren. Het negende gedicht, opgesteld in een combinatie van hexameters en zesvoetige jamben, beschrijft de gruwelijke dood van Cassianus van Imola, een strenge leraar die door zijn wraaklustige leerlingen op een morbide wijze werd doodgefolterd. Zijn marteldood maakte Cassianus tot beschermheilige van onderwijzers.