Anoniem grafepigram, Voor Pontia (4e eeuw n.C.)

In het ‘Museo Nazionale del Ducato di Spoleto’ wordt een paneel bewaard van een marmeren sarcofaag uit de vierde eeuw n.C., gevonden in het Umbrische plaatsje Carsulae. Het tablet is in tweeën gebroken rond een beschadigd christogram en bevat zowel op de linker- als de rechterzijde de tekst van een Latijns grafepigram (CIL XI 4634 = CLE 1846). In het gedicht wordt de jonggestorven Pontia door haar echtgenoot bewierookt en beweend. De tekst wisselt wat onhandig tussen de tweede en de derde persoon en roept ook nogal wat vragen op (Is Pontia gestorven in het kraambed? Of overreden door een wagen? En wat liep er fout tussen Pontia’s vader en zijn schoonzoon?). Het grafschrift voor Pontia is niettemin een doorvoelde afscheidsgroet voor een jonge christelijke vrouw die gehoorzaam en loyaal mee het leed van haar man had gedragen.

Ausonius, Mijn moederstad Bordeaux (4e eeuw n.C.)

Decimus Magnus Ausonius (ca. 310-395) werd geboren in Burdigala (het huidige Bordeaux), maar kwam als docent, dichter en politicus terecht in Trier en Rome. In zijn 'Ordo Urbium nobilium' geeft hij een overzicht van twintig belangrijke steden uit het Imperium Romanum, beginnend bij Rome en eindigend bij zijn eigen moederstad Bordeaux. Ausonius toont zich in dit laatste gedicht als een ware Gallo-Romein, die trots is op de grootsheid van Rome, maar evenzeer dweept met de schoonheid van zijn vaderland.