Joseph Tusiani (1924-2020) werd geboren in San Marco in Lamis, een klein dorpje in het Italiaanse Puglia. Met een doctoraatstitel van de universiteit van Napels op zak emigreerde hij in 1947 naar de Verenigde Staten, waar hij zijn leven lang taal en literatuur zou doceren aan verschillende universiteiten. Tusiani was daarnaast ook een ijverig schrijver en vertaler die publiceerde in het Italiaans, Engels, Latijn en Gargano, het dialect van zijn geboortestreek. Zijn veelzijdige oeuvre omvat poëzie, vertalingen, essays, een roman en een driedelige autobiografie, een literaire productie die hem talrijke prijzen opleverde, in Amerika en Italië. Tusiani’s Latijnse dichtwerken 'Melos Cordis' (1955), 'Rosa Rosarum' (1984), 'In Exilio Rerum' (1985), 'In Nobis Caelum' (2007) en de verzamelbundel 'Carmina Latina' (1994) maken hem bovendien tot een van de belangrijkste hedendaagse Latijnse dichters. In het ritmische gedicht 'In vehiculo subviario' evoceert hij de menigte die iedere ochtend op weg naar het werk opeengepakt staat in de drukke metro van New York.
Joseph Bradney, In Vlaamse velden gesneuveld (1918)
Joseph Alfred Bradney (1859-1933) was afkomstig uit Wales en studeerde onder meer aan Trinity College, Cambridge. Hij ging vervolgens echter in het leger en diende nog op het einde van de Eerste Wereldoorlog op respectabele leeftijd in de Territorial Force Reserve, in Noord-Frankrijk en in de Westhoek. Daarnaast was Bradney ook als historicus actief en schreef hij een monumentaal werk over de geschiedenis van Monmouthshire, zijn geboortestreek. In zijn vrije uren las hij echter ook gretig de klassieken en schreef hij bovendien zelf proza en poëzie in het Latijn, vaak om de ellende van de oorlog van zich af te zetten. Deze Latijnse composities verzamelde hij na de 'Great War' in zijn 'Noctes Flandricae' (1919) of 'Nachten in Vlaanderen'. Het meest ontroerende gedicht uit Bradney's bundel is ongetwijfeld het hendecasyllabische afscheidsgedicht voor zijn zoon Walther, die in maart van het laatste oorlogsjaar aan het westelijke front in een verschroeide tank was gesneuveld.
Alfredo Bartoli, De eerste sneeuw (1901)
Alfredo Bartoli (1872-1954) werd geboren nabij het Toscaanse Pistoia als een arme boerenjongen, maar hij ging ondanks zijn afkomst toch studeren en werkte zich zelfs op tot leraar, dichter en publicist. Zijn hele leven door schreef hij ook Latijnse poëzie en vele van zijn composities vielen in de prijzen. In 1901 was Bartoli te gast bij een vriend in het Noord-Italiaanse stadje Biella, aan de oevers van de Cervo en in het zicht van de Alpen. Tijdens dit studieverblijf werd hij heerlijk verrast door de eerste sneeuw, een gebeuren dat hem niet enkel terugbrengt naar zijn kindertijd, maar ook verzen van grote Latijnse dichters in hem oproept. Het inspireerde Bartoli tot een melancholisch Latijns gedicht met de titel 'Prima Nix'.
Karl Egger, Het Alpenkruis (1960)
Karl Egger (1914-2003) uit Zuid-Tirol was een priester die als pauselijk secretaris lange tijd verantwoordelijk was voor de vertaling van documenten naar het Latijn in het Vaticaan. Hij werkte onder meer aan het 'Lexicon recentis Latinitatis', een woordenboek met Latijnse termen voor hedendaagse begrippen. Daarnaast publiceerde hij een 'Tirolensia Latina', een Latijnse literaire hommage aan zijn oude Heimat. Het boekje bevat voornamelijk prozateksten, maar ook een fraaie Latijnse elegie waarin Eggers liefde voor de bergen en zijn religieuze denken op een unieke wijze samenkomen.
