Petrus Stratenus, De zoentjes van mijn Chloë (1641)

Zoengedichten zijn een van de meest intrigerende fenomenen uit de Latijnse literatuurgeschiedenis. Antieke zoenmotieven uit de verzen van Catullus en de 'Anthologia Graeca' vonden in de renaissance hun weg naar de Neolatijnse poëzie van Italiaanse humanisten en staken vervolgens ook de Alpen over. In de Lage Landen werd Latijnse kuspoëzie zelfs een ware hype dankzij de onovertroffen Janus Secundus (1511-1536), die met zijn 'Basia' als het ware een dichterlijk subgenre creëerde. Secundus’ negentien zoengedichten werden bij ons vooreerst geadoreerd en geïmiteerd door Janus Dousa sr. (1545-1609) uit Leiden en Janus Lernutius (1545-1619) uit Brugge. Een latere en minder bekende Secundus-epigoon was Pieter Van der Straten (Petrus Stratenus, 1616-1641). Hij werd geboren te Goes, studeerde in Leiden en promoveerde te Orléans, om uiteindelijk stadssecretaris te worden in zijn moederstad. Na zijn vroegtijdige dood werden Stratenus’ verzamelde gedichten uitgegeven onder de titel 'Venus Zeelanda et alia eius Poemata', met daarin onder meer een collectie van negentien 'Basia'. In zijn 'Basium VIII' bezingt de dichter de rozige zoenen van zijn liefje Chloë.

John Barclay, De drankzucht van de Duitsers (1614)

John Barclay (1582-1621) was een Schotse Neolatijnse auteur die een groot deel van zijn leven doorbracht in Frankrijk, Engeland en Rome, waar hij uiteindelijk zou sterven. Hij schreef commentaren, poëzie en vooral Latijns proza, met de romans 'Euphormionis Satyricon' en 'Argenis' als opmerkelijkste werken. Daarnaast was Barclay echter ook de auteur van het 'Icon Animorum', een uitgesponnen essay over de zeden en de gewoonten van zijn Europese tijdgenoten. De Duitsers worden er neergezet als onverbeterlijke dronkenlappen (V.4).

Daniël Heinsius, De zielenzoen van Roosje (1610)

Daniël Heinsius (‘Heyns’, 1580-1655) was een van de meest getalenteerde humanisten uit de Lage Landen. Hij werd geboren in Gent, maar was bijna zijn hele leven actief in Leiden, waar hij grote faam genoot als uitgever van klassieke tekstedities en als hoogleraar Grieks aan de universiteit. Heinsius schreef een omvangrijk oeuvre samen van Latijnse maar ook van Griekse poëzie, in uiteenlopende versmaten en genres. In een van zijn Latijnse gedichten met de titel 'Erotopaegnium' bezingt de dichter een zoentje van zijn liefje 'Rossa', dat hem van zijn ziel berooft.

Jacobus Eyndius, Lucia’s vlammende lokken (1611)

Jacobus Eyndius (Jacob van den Eynde, 1575-1614) was een dichter, wetenschapper, historicus en legerkapitein, geboren in het Nederlandse Delft. Zijn beroemdste werk zijn de postuum gepubliceerde 'Chronici Zelandiae libri duo', een Latijnse geschiedenis van Zeeland in proza. Daarnaast schreef Eyndius echter ook heel wat Latijnse poëzie, in het bijzonder de opmerkelijke collectie 'Hydropyrica' ofte 'Gedichten van water en vuur'. In deze liefdesgedichten voor Lucia wordt de tegenstelling tussen water en vuur op tientallen gevarieerde wijzen uitgewerkt, zoals in dit elfde gedicht uit de bundel.