Binnen de discipline van de Griekse epigrafie nemen private grafinscripties een bijzondere plaats in. Ze laten ons kennis maken met het intieme leven van gewone mensen en hun omgang met nagedachtenis, verlies en verdriet. Een kleine minderheid van deze grafinscripties is opgesteld in verzen, overwegend elegische disticha. Met het gebruik van metrische inscripties maakte een toenemend aantal geletterde mensen in de oudheid aanspraak op sociale status en paideia, in het bijzonder door het verwerken van allusies op klassieke teksten zoals de homerische epen. Dat geldt bijvoorbeeld voor het grafepigram dat de dokter Glukon liet maken voor zijn overleden vrouw en collega-arts Pantheia. De tekst werd in de eerste of tweede eeuw n.C. gegraveerd op een marmeren stèle en is afkomstig uit Pergamon. Glukon schetst er de knappe Pantheia als een unieke vrouw die haar huishoudelijke en opvoedkundige taken liefdevol wist te combineren met haar professionele leven als arts.
Gegroet, mijn vrouw Pantheia, sinds jouw trieste levenseinde
doorsta ik als je man een onuitwisbaar diep verdriet,
want nimmer zag de schutsgodin van huwelijksbanden Hera
een vrouw die zo bekoorlijk is, zo schrander en zo wijs.
Jij schonk me kinderen die een voor een op ons gelijken, 5
jij hebt lief zorg gedragen voor je man en voor je kroost,
jij stuurde met een vaste hand het roer van het huishouden
en hebt ook onze beider roem als artsen nog verhoogd.
Jij was als vrouw mijn mindere niet in medische bekwaamheid
en daarom heeft jouw man Glukon dit graf hier opgericht. 10
Ik begroef hier ook je onsterfelijke vader Philadelphos,
hier waar ik zelf zal liggen als ik ooit gestorven ben,
daar ik met jou terecht mijn roem gedeeld heb in mijn leven,
wil ik met jou ook in dezelfde grond begraven zijn.
Χαῖρε, γύναι Πάνθεια, παρ᾿ ἀνέρος, ὃς μετὰ μοῖραν
σὴν ὀλοοῦ θανάτου πένθος ἄλαστον ἔχω.
Οὐ γάρ πω τοίην ἄλοχον ζυγίην ἴδεν Ἥρη
εἶδος καὶ πινητὴν ἠδὲ σαοφροσύνην.
Αὐτή μοι καὶ παῖδας ἐγείναο πάντας ὁμοίους, 5
αὐτὴ καὶ γαμέτου κήδεο καὶ τεκέων
καὶ βιοτῆς οἴακα καθευθύνεσκες ἐν οἴκῳ
καὶ κλέος ὕψωσας ξυνὸν ἰητορίης,
οὐδὲ γυνή περ ἐοῦσα ἐμῆς ἀπολείπεο τέχνης.
Τοὔνεκα σοι τύμβον τεῦξε Γλύκων γαμέτης, 10
Ὅς γε καὶ ἀθανάτοιο δέμας κεύθει Φιλαδέλφου,
ἔνθα καὶ αὐτὸς ἐγὼ κείσομαι, αἴ κε θάνω,
ὡς ἀγλαϊσμὸν ζῶν σοι ἐκοινώνησα κατ᾿ αἶσαν,
ὧδε δὲ καὶ ξυνὴν γαῖαν ἐφεσσάμενος·
Vind-ik-leuk Aan het laden...
Gerelateerd