Simon Lemnius, De wijde kut van Käthe (1539)

Simon Lemnius (Simon Lemm-Margadant, 1511-1550) werd geboren in Val Müstair in het Zwitserse Graubünden. Studies brachten hem onder meer naar Zürich, Basel, Augsburg, München en uiteindelijk naar Wittenberg, waar hij Grieks doceerde en een academische loopbaan ambieerde. Door de publicatie van zijn eerste dichtbundel, een collectie epigrammen, raakte hij echter in conflict met Martin Luther en moest hij de stad verlaten. Lemnius nam vervolgens wraak, onder meer met zijn legendarisch geworden Monachopornomachia (‘Het monnikenhoerengevecht’), een satirisch theaterstuk in elegische disticha. Later zou Lemnius nog een collectie liefdesgedichten (Amorum libri), een bundel herdersgedichten en het epos Raeteis publiceren, vooraleer hij in Chur stierf aan de pest. In zijn beruchte Monachopornomachia bekritiseert de dichter de levenswandel van Luther en vooral diens huwelijk met de voormalige non Katharina von Bora (‘Catta’ ofte ‘Käthe’, 1499-1552). Halverwege de 949 verzen hekelt Lemnius de vermeende impotentie van Luther en de mateloze seksuele appetijt van Catta, een hoer van wie de vagina door haar vele minnaars is uitgerekt – zo weet althans een geile minnaar haar te vertellen.
Je pussy is misschien wat wijd, maar ook wel reuze-lekker,
ik vermoed wel dat je pooier die niet graag verkopen wil.
Geef mij dus duizend kussen, Käthe, kussen als Catullus!
Dan krijg je als een nobel loon een ‘mus’ van mij cadeau, 455
dan schenk ik jou bij het liefdesspel genot in duizend vormen
en hoop ik dat jouw kutje ook die wulpse lusten voelt.
Maar laat, als ik je neuk, je pussy én je kont bewegen
en laat je vlotte tongetje geil murmelen in je mond.