Laonikos Chalkokondyles, Vlad Dracul de spietser (ca. 1465)

Laonikos Chalkokondyles (Λαόνικος Χαλκοκονδύλης, ca. 1430-ca. 1470) werd geboren in een aristocratische familie uit Athene, maar verhuisde op jonge leeftijd naar Mystras in de Peloponnesos. Daar werd de jongen leerling van de beroemde filosoof Gemistos Plethon, die hem onder meer liet kennismaken met de Historiae van Herodotos. Na de val van Konstantinopel trad Chalkokondyles dan ook in de voetsporen van deze 'vader van de geschiedschrijving' met zijn historiografie Ἀποδείξεις Ἱστοριῶν (Weergaven van mijn onderzoekingen). Het werk behandelt in tien boeken de belangrijkste gebeurtenissen uit de laatste 150 jaar van de Byzantijnse wereld, met de opkomst van de Ottomanen en de ondergang van het Oost-Romeinse Rijk. In het negende boek vertelt Chalkokondyles het verhaal van de legendarische Vlad III Dracula (‘Tepes’ ofte 'Spietser', ca. 1428-1476). Deze vorst van Walachije (in het hedendaagse Roemenië) wist de oprukkende Mehmed II enkele stevige nederlagen toe te brengen, onder meer toen de Turkse sultan in juni 1462 met zijn troepen de verlaten stad Târgoviște wou binnentrekken.
De sultan trok verder en toen ze ongeveer zevenentwintig stadiën waren gevorderd, kregen ze hun eigen mensen te zien die op palen waren gespietst. Het leger van de sultan trok het gebied van de spietsingen binnen, een terrein met een oppervlakte van zeventien stadiën in de lengte en zeven in de breedte. Er stonden hoge palen, waaraan – zoals ik al zei – om en bij de twintigduizend mannen, vrouwen en kinderen waren doorboord. Ze boden een schokkend schouwspel voor de Turken en ook voor de sultan zelf. De sultan stond aan de grond genageld. Hij zei dat het onmogelijk was om het grondgebied af te nemen van een man die zulke verregaande dingen deed, iemand die zijn heerschappij en zijn onderdanen op zo’n diabolische manier naar zijn hand wist te zetten. Hij voegde eraan toe dat een man die zoiets op zijn palmares had, werkelijk tot grootse dingen in staat was. Ook de overige Turken stonden verstomd toen ze het gigantische aantal mensen zagen die op palen waren gespietst. Er waren ook kleine kindjes bij die aan hun moeders op de palen waren vastgemaakt. In de ingewanden van de slachtoffers schuilden vogels die er hun nesten hadden gebouwd.