Pascasius Justus Turcq (Paschier Joosz Turck, ca. 1520-nà 1591) werd geboren in Eeklo en studeerde als volwassene filosofie en geneeskunde aan diverse Italiaanse universiteiten. Na zijn terugkeer in de Nederlanden werd hij stadsarts in Bergen op Zoom, maar ook lijfarts van verschillende vooraanstaande notabelen. Toen Willem van Oranje op 18 maart 1582 in Antwerpen tijdens een moordaanslag door een kogel werd getroffen, was het Pascasius die het bloeden wist te stelpen en het leven van de beroemde staatsman redde. Tijdens zijn verblijf in Padua schreef Turcq zijn twee boeken Alea, sive de curanda ludendi in pecuniam cupiditate (‘Het dobbelspel, of over het genezen van de drang om voor geld te spelen’). Het werk is uniek omdat het gokverslaving op een medische manier benadert, zonder het a priori als een moreel falen te categoriseren. Turcq presenteert gokken als een speelse activiteit die echter tot dwangmatig gedrag kan leiden waarvan men zich nauwelijks nog kan bevrijden. In het voorwoord van zijn Alea zet de auteur gokverslaving als een geestesziekte naast de reeds voldoende bestudeerde passionele liefde.
Er zijn in het leven van alle mensen twee uitgesproken vormen van kwaad: de wrede liefde uiteraard, maar ook het verderfelijke gokken. Die twee hebben bij uitstek, om niet te zeggen op hun eentje, al van aloude tijden tot op vandaag mensen van de meest hoogstaande bezigheden afgehouden, en dan vooral jongemannen en personen die begiftigd waren met een geestkracht en karakter die nochtans het allerbeste deden hopen. Hartstocht en goklust richten hen – tot ons aller ongeluk – ten gronde en ze doen dat zo onverschrokken, zo brutaal en zo hardnekkig (volgens mij om te verhinderen dat vrije en gezonde mensen op een of andere manier op de goden zouden gaan lijken) dat ze nauwelijks moeten onderdoen voor wat voor kwaad dan ook. De passionele liefde, met heel haar vermogen en haar bijzondere karakter, is door tal van auteurs uitmuntend beschreven. Dit gebeurde bovendien op diverse manieren en met aandacht voor al haar sensaties en emoties, tot groot nut van iedereen en met een grote bewondering en lof voor de betreffende schrijvers. Dat alles staat nu ter beschikking van ieders ogen en handen, tot voordeel van het brede publiek, ja zelfs voor de vorming van kinderen. Maar de gokverslaving, en daarmee bedoel ik die overweldigende, ongebreidelde drang en hunkering om te gokken voor geld, wel, hoe veel fairder was het toch als iedereen hierover leerde en liefst nog voordat men de liefde leerde kennen. Een gokverslaving overkomt mensen namelijk veel vroeger en sleurt hen mee naar een ondergang die onvermijdelijker, ernstiger en langduriger is – ja eigenlijk moet ik zeggen voor de rest van hun leven. Ze nestelt zich in je diepste vezels, gaat verschroeiend branden en brengt een immense, bittere pijn teweeg. Hoewel enkel gokverslaving nog weinig bekend is, vreet het zich als een gigantische en meedogenloze infectie hardnekkig een alles vernietigende weg naar alle facetten van een mensenleven. Het resultaat is een vanzelfsprekende, verregaande verwoesting van mensen waar zelfs filosofen en dichters tot hun schande niet onbekend mee zijn.
Cum in omni omnium hominum vita duo sint praecipua mala, saevus nimirum amor et praeceps alea, quae maxime, vel potius sola, iam inde a priscis temporibus usque, omnes homines, iuvenes praesertim, et eos summa spe animi atque ingenii praeditos ab optimis omnibus studiis abducunt, et misere nobis perdunt, adeoque proterve, petulanter et obnixe id faciunt (credo, ne qui liberi et sani homines diis aliquando similes evadant), vix ut ex omnibus uni concedant. Amor eiusque tota vis et natura, a multis optime varieque secundum omnes suos sensus et motus, magna multorum utilitate et authorum admiratione ac laude descriptus, omnium est oculis manibusque, immo etiam puerorum studiis utiliter expositus; alea vero (hoc est, immensa illa et effrenata in pecuniam ludendi appetitio et cupiditas), quam multo etiam ante quam amorem ab omnibus cognosci aequum erat (nam et longe prius homines invadit, et certius in exitium trahit ac gravius diutiusque, ne dicam toto vitae curriculo, intimis in visceribus haerens, graviter ardet magnumque et acerbum dolorem commovet) sola adhuc incognita, velut immanis aliqua et saeva pestis, plane gravi mortalium detrimento et philosophorum poetarumque non levi nota in omnem hominum vitam longe lateque magna pernicie grassatur.
Vind-ik-leuk Aan het laden...
Gerelateerd