De rijke archaïsche Griekse lyriek die grote auteurs als Sappho, Alkaios en Pindaros had voortgebracht, doofde vanaf de klassieke periode langzaam uit. In de hellenistische tijd werd nieuwe lyrische poëzie voornamelijk gelezen, maar toch werden ook nu nog regelmatig gedichten gecomponeerd voor publieke voordracht bij lokale vieringen of religieuze festivals. Het leeuwendeel van deze dichtkunst is verloren gegaan, maar dankzij papyrusvondsten en citaten bij andere auteurs beschikken we nog over aanzienlijke, meestal anonieme, fragmenten uit deze latere lyrische poëzie. Zo maakte de Griekse geleerde Ioannes Stobaios in het begin van de vijfde eeuw n.C. voor zijn zoon een omvangrijke bloemlezing met thematisch gerangschikte citaten uit meer dan vijfhonderd Griekse auteurs: de Ἔκλογαι (Eclogae). Onder de titel Περὶ εἱρμαρμένης καὶ τῆς τῶν γινομένων εὐταξίας (Over het fatum en de goede orde van gebeurtenissen, I.5.10-12) citeert de compilator een anonieme lyrische compositie, waarin de Moirai of schikgodinnen worden aanbeden.
Aanhoor mij, Moiren, u die onder goden
het dichtste bij de vorstentroon van Zeus
gezeteld bent en met uw onbuigbare
weefspoelen de onwrikbare draden
van eindeloze plannen smeedt, 5
U, Aisa en Klotho en Lachesis,
fraaiarmige dochters van de nacht,
aanhoor nu mijn gebeden,
U, huiveringwekkende demonen
van hemelruim en schimmenrijk: 10
zend ons de roziggeboezemde
Eunomia en haar glansgetroonde zussen
Dikè en de kransendragende
Eirènè – en zorg dan zo dat deze stad
haar diep droefgeestig ongeluk vergeet. 15
Κλῦτε Μοῖραι, Διὸς αἵ τε
πὰρ θρόνον ἀγχότατα θεῶν
ἑζόμεναι περιώσι᾿ ἄφυκτά τε
μήδεα παντοδαπᾶν βου-
λᾶν ἀδαμαντίναις ὑφαίνετε κερκίσιν, 5
Αἶσα <καὶ> Κλωθὼ Λάχεσίς τ᾿
εὐώλενοι Νυκτὸς κόραι,
εὐχομένων ἐπακούσατ᾿,
οὐράνιαι χθόνιαί τε
δαίμονες ὦ πανδείματοι· 10
πέμπετ᾿ ἄμμιν ῥοδόκολπον
Εὐνομίαν λιπαροθρόνους τ᾿ ἀδελφὰς
Δίκαν καὶ στεφανηφόρον
Εἰρήναν, πόλιν τε τάνδε
βαρυφρόνων λελάθοιτε συντυχίαν. 15
Vind-ik-leuk Aan het laden...
Gerelateerd