Arion (Ἀρίων) was een legendarische Griekse zanger en volgens sommige bronnen de uitvinder van de dithyrambe. Hij was afkomstig uit Methymna op Lesbos, maar zou een groot deel van zijn leven hebben doorgebracht aan het hof van de Korinthische tiran Periander (ca. 627-585 v.C.). Herodotos vertelt hoe Arion na een muziekwedstrijd op Sicilië met zijn trofeeën terugvoer naar Korinthe, maar onderweg door hebzuchtige piraten werd beroofd en zich na een laatste muzikale performance in zee stortte. De zanger werd echter door dolfijnen gered en in veiligheid gebracht naar kaap Tainaron. Later zou Apollo Arion een plaats geven tussen de sterren, samen met een dolfijn. De Romeinse auteur Claudius Aelianus (‘Ailianos’) bewaart in zijn Griekse werk Περὶ ζῴων ἰδιότητος (De Natura Animalium, 12.45) een hymne voor Poseidon, die als inscriptie zou zijn aangebracht op een standbeeld bij kaap Tainaron. De tekst is opgesteld als een hymnische dankbetuiging vanwege Arion voor de zeegod en voor de dolfijnen die hem hadden gered.
Allerhoogste der goden,
zeegod Poseidon met de gouden drietand,
aardschuddende vorst van het zwellende zeenat,
rondom U zwemmen er dieren,
ze dansen in kringen met hun vinnen
en met flitsende slagen van hun leden
springen ze vinnig op, stompneuzige
snelle welpen met rillende ruggen, muzenminnende
dolfijnen, de zeewonende wezens
van Nereus’ goddelijke dochters 10
die Amphitrite voor hem baarde:
zij brachten mij toen ik dobberde op de Siciliaanse zee
naar Taenarons kust in het land van Pelops,
terwijl ze me droegen op hun gekromde ruggen,
ploegend door de voren van Nereus’ vlakte,
een pad nog onbetreden, toen listige mensen
mij uit hun zeevarende holle schip hadden gegooid
in de purperen zilte zwelling van de diepzee.
Ὕψιστε θεῶν,
πόντιε χρυσοτρίαινε Πόσειδον,
γαιάοχ᾿ ἐγκύμονος ἄρχεθ᾿ ἅλμας,
περί σε βραγχίοισι πλωτοὶ
θῆρες χορεύουσι κύκλῳ,
κούφοισι ποδῶν ῥίμμασιν
ἐλάφρ᾿ ἀναπαλλόμενοι, σιμοί
φριξαύχενες ὠκύδρομοι σκύλακες, φιλόμουσοι
δελφῖνες, ἔναλα θρέμματα
κουρᾶν Νηρεΐδων θεᾶν, 10
ἃς ἐγείνατ᾿ Ἀμφιτρίτα,
οἵ μ᾿ εἰς Πέλοπος γᾶν ἐπὶ Ταιναρίαν ἀκτὰν
ἐπόρευσαν πλαζόμενον Σιλελῷ ἐνὶ πότνῳ
κυρτοῖσι νώτοις ὀχέοντες
ἄλοκα Νηρεΐας πλακὸς
τέμνοντες, ἀστιβῆ πόρον, φῶτες δόλιοι
ὥς μ᾿ ἀφ᾿ ἁλιπλόου γλαφυρᾶς νεὼς
εἰς οἶδμ᾿ ἁλιπόρφυρον λίμνας ἔριψαν.
Vind-ik-leuk Aan het laden...
Gerelateerd