Joseph Alfred Bradney (1859-1933) was afkomstig uit Wales en studeerde onder meer aan Trinity College, Cambridge. Hij ging vervolgens echter in het leger en diende nog op het einde van de Eerste Wereldoorlog op respectabele leeftijd in de Territorial Force Reserve, in Noord-Frankrijk en in de Westhoek. Daarnaast was Bradney ook als historicus actief en schreef hij een monumentaal werk over de geschiedenis van Monmouthshire, zijn geboortestreek. In zijn vrije uren las hij echter ook gretig de klassieken en schreef hij bovendien zelf proza en poëzie in het Latijn, vaak om de ellende van de oorlog van zich af te zetten. Deze Latijnse composities verzamelde hij na de 'Great War' in zijn Noctes Flandricae (1919) of Nachten in Vlaanderen. Het meest ontroerende gedicht uit Bradney's bundel is ongetwijfeld het hendecasyllabische afscheidsgedicht voor zijn zoon Walther, die in maart van het laatste oorlogsjaar aan het westelijke front in een verschroeide tank was gesneuveld.
Voor Walther, mijn jongste zoon, die op 24 maart 1918 in de strijd is gesneuveld
Jij was de allerjongste van mijn telgen,
jij was de allerliefste van vijf kinderen,
die mijn geliefde vrouw voor mij gebaard heeft.
Ik herinner mij jou innig, met je lange
hoogblonde haren die als leeuwenmanen
je hoofd bedekten, of als zonnestralen.
Ik breng me weer voor ogen hoe jij vroeger,
mijn mooie jongen, met jouw beide zussen
tezamen met jouw beide knappe broers ook
al dartelend door de velden liep en stoeide, 10
vol grappen en vol jonge gekkigheden.
Geen zware ziekte had jou ooit geteisterd,
geen nare klacht of plaag kreeg jou te pakken.
Gezond verstand beheerste in jouw leven
je fitte lijf. Toen zei de snode Duitser
ons plots de oorlog aan: wij trokken strijdwaarts.
Jij nam de wapens op: geen zorg, geen bangheid
hield jou nog tegen, maar een infanteriekorps
ontving jouw trouwe eden aan de koning.
Je aandacht ging nu naar de nieuwe toestand. 20
Ik ken het verhaal van de Trojaanse oorlog;
een paard was als een berg nog in die dagen.
Vandaag brengt al dat akkerland van vroeger,
met putten en met volgelopen kraters,
slechts dood en bloedig moorden voor de vijand.
Vrijwel verkoold in zo’n verschroeide pantser
heb jij je ziel voor het vaderland gegeven.
Hoe groot is roem voor hem die dapper sneuvelt!
Maar ik word slechts door diep verlies bewogen.
Gedoofd is het licht van mijn gezin en leven. 30
In Walterum, filium meum natu minimum, in proelio occisum 24to Martii anno 1918
Natu proximus e meis fuisti,
tu, carissime quinque liberorum,
quos uxor mea cara parturivit.
Valde te memini rubrum capillos
longos, qui similes iubae leonis
aut solis radiis caput colebant.
Te bellum puerum et tuas sorores
binas, te comitantibus duobus
bellis fratribus, arva pervagantes
in mentem revoco, facetiarum 10
plenos et iuveniliter iocantes.
Nondum te cruciaverat molestus
morbus, ceperat aut mala aegritudo.
Sana in corpore sana mens regebat
vitam. Tum subito malignus Hunnus
bellum indixit, et apparamus arma.
Cepisti arma nec ulla detinebat
te cura aut timor, at cohors equestris
accepit tua vota sacra regi.
Mox mens te tua duxit ad novas res. 20
Troiae nos revocamus acta bello;
instar montis equus fuit diebus
illis. Ast hodie caverna multa
cisternae similis per arva caedem
infert hostibus et necem cruentam.
Cisterna in calida fere perustus
vitam pro patria tua dedisti.
Quanta est gloria fortiter cadenti!
Nos desiderio movemur alto;
discessit mea lux domusque nostrae. 30
Vind-ik-leuk Aan het laden...
Gerelateerd