In de twaalfde eeuw kende de antieke dichter Ovidius (43 v.C.-17 n.C.) een ongekende populariteit, zozeer zelfs dat deze eeuw wel eens de ‘Aetas Ovidiana’ (‘Eeuw van Ovidius’) wordt genoemd. In deze hoogdagen van de Ovidius-adoratie zetten ook vele anonieme dichters zich aan het imiteren van hun grote voorbeeld. Dat resulteerde in een groot corpus van ‘pseudo-Ovidiana’ dat soms als de Appendix Ovidiana wordt aangeduid. Een van de talrijke werkjes in deze verzameling is een kort gedicht met de titel Contra Mulieres (‘Tegen vrouwen’). De tekst gaat in iets meer dan dertig verzen fel tekeer tegen het vrouwelijke geslacht en laat zich ondanks het geveinsde auteurschap van Ovidius er niet van weerhouden om zijn onversneden misogynie kracht bij te zetten met een Bijbels referentiekader.
De vrouw, de bron van zonde en de allereerste leugen,
heeft Adam door bedrog de diepste afgrond ingeworpen.
De vrouw heeft, om de schuld van haar bedrog niet uit te wissen,
de appel zelf gegeven en begerig eerst gebeten.
De vrouw heeft, om de schuld van haar bedrog niet uit te wissen, 5
gezegd: “Kom, bijt en eet, je zult het meer dan heerlijk vinden!”
Zo werd de vrouw de oorzaak van het sterven van ons allen
en daarom geldt een eindeloze straf voor alle vrouwen.
Zoals de kop is van een slang, zo is het hoofd van vrouwen,
ze zijn immers vol leugens en gehaat bij vrome mannen. 10
Zoals een slang doortrapt is, zo zijn ze allen zonder zeden.
Ik denk zelfs dat een wolf nog trouwer waakt bij kuddes schapen,
dan dat een vrouw voor wie dan ook oprechte liefde koestert.
Femina, principium fraudis, deceptio prima,
Adam per fraudem vallis deiecit ad ima.
Femina, ne videat fraudis sibi tollere crimen,
ipsa dedit pomum, comedit et avida primum.
Femina, ne videat fraudis sibi tollere crimen, 5
“Comede” cum dixit “satis tibi fiet amoenum.”
Femina causa fuit mortis nostrae generalis,
poena tamen sequitur cunctas hinc perpetualis.
Ut caput est colubris, caput est sic et mulieris,
nam sunt mendosae sanctis virisque odiosae. 10
Ut coluber callidus, sic omnes sunt vitiosae.
Credo lupum pecori servare fidem meliorem,
femina quam cuique verum conservet amorem.
Vind-ik-leuk Aan het laden...
Gerelateerd