Realdo Colombo (ca. 1515-1559) was de zoon van een apotheker uit Cremona. Na studies in Milaan en Venetië ging hij geneeskunde studeren aan de universiteit van Padua, waar op dat moment de grote Andreas Vesalius (1514-1564) doceerde. Omwille van zijn chirurgische talent werd Colombo niet enkel Vesalius’ vriend en assistent, maar later zelfs zijn opvolger aan de universiteit. Van daaruit trok hij verder om anatomie te gaan doceren in Pisa en Rome, waar hij onderzoek deed met zijn goede vriend Michelangelo (1475-1564). Colombo’s enige gepubliceerde werk, De re anatomica, verscheen kort na zijn dood in 1559 en bevatte talloze correcties bij het werk van Vesalius en andere medici. Bij zijn bespreking van de vrouwelijke geslachtsorganen in boek XI claimt de auteur ook persoonlijk de ontdekking van de clitoris. In werkelijkheid was dit bijzondere plekje reeds bekend bij Griekse, Perzische en Arabische medische auteurs, maar Colombo lijkt de eerste te zijn geweest die de vinger legde op de essentiële functie van de clitoris bij de vrouwelijke seksualiteitsbeleving.
In de buurt van die opening, die de ‘os matricis’ wordt genoemd, liggen dus deze twee uitstulpingen die vanaf de baarmoeder buiten de onderbuik naar buiten komen. Ze lopen opwaarts boven de 'pubes' en monden uit op een specifiek klein en omgeven plekje dat oprijst aan de top van de vulva, net boven de opening waaruit de urine komt. En dit, allerliefste lezer, is dé ultieme plaats van het genot voor vrouwen, wanneer zij de liefde bedrijven. Het is trouwens zo dat niet enkel als je er tegenaan wrijft met je penis, maar zelfs als je het maar met je kleinste vinger aanraakt, hun zaad er ten gevolge van het genot nog sneller dan de wind in alle richtingen uitvloeit, zelfs als ze dat eigenlijk niet willen. Wanneer vrouwen nu seksueel genot nastreven en als het ware geprikkeld door liefdesdrift hun zinnen zetten op een man, is dít specifieke plekje van hun schaamstreek het doelwit van hun streven. Als je het aanraakt, zul je vaststellen dat het een beetje hard en langwerpig wordt, zodanig dat het zich - als je het mij vraagt – qua vorm eigenlijk zowat manifesteert als de penis van een man. Omdat dus niemand tot nu toe enige aandacht heeft geschonken aan dit knobbeltje en het gebruik ervan, zou ik het – als het toegestaan is om een naam te geven aan dingen die men heeft ontdekt – de naam ‘Venus’ liefde’ of ook wel ‘Venus’ zoetheid’ willen geven. Ik krijg het eigenlijk niet onder woorden gebracht hoe verbazingwekkend ik het vind dat zoveel roemruchte anatomen zo’n prachtig dingetje dat met zo’n grote kunstzinnigheid is vervaardigd, zelfs niet omwille van zijn enorme gebruiksnut op het spoor zijn gekomen. Maar jullie, die terechtgekomen zijn in de lectuur van mijn bij nachtelijk lamplicht geschreven anatomische geschriften, moeten weten dat zonder de uitstulpingen die ik zonet zo waarheidsgetrouw voor jullie heb beschreven, er geen enkele vrouw zou zijn geweest die tijdens het liefdesspel enig genot kon ervaren en ook geen vrouw die kinderen kon voortbrengen. Ik ben namelijk geneigd te geloven dat zonder gemeenschappelijk liefdesgenot van man én vrouw er geen foetus kan verwekt worden. Maar genoeg hierover.
Processus igitur hi ab utero exorti prope id foramen, quod os matricis vocatur, extra abdomen exeunt; supra pubem ascendunt; desinunt autem in particulam quandam excelsam in vulvae apice circumvolutam supra id foramen, unde lotium exit. Et haec lector candidissime illa, illa praecipue sedes est delectationis mulierum, dum venerem exercent; quam non modo si mentula confricabis, sed vel minimo digito attrectabis, ocius aura semen hac atque illac prae voluptate vel illis invitis profluet. Hanc eandem uteri partem dum Venerem appetunt mulieres, et tanquam oestro percitae virum appetunt ad libidinem concitatae: si attinges, duriusculam et oblongam redditam esse comperies; adeo ut nescio quam virilis mentulae speciem prae se ferat. Hos igitur processus, atque eorundem usum cum nemo hactenus animadvertit, si nomina rebus ab inventis imponere licet, amor Veneris, vel dulcedo appelletur. Non dici posset quantopere admirer tot praeclaros anatomicos, tam pulchram rem, tanta arte effectam, tantae utilitatis gratia ne olfecerint quidem. Vos autem, qui in has meas lucubrationes Anatomicas legendas incideritis, scitote absque processibus, quos ego vobis paulo antea fideliter descripsi; neque mulierem aliquam in Veneris amplexibus delectationem percepaturam fuisse, nullos foetus concepturam; non enim absque mutua maris et feminae voluptate concipi posse foetum crediderim. Sed de his satis.
Vind-ik-leuk Aan het laden...
Gerelateerd