John Barclay (1582-1621) was een Schotse Neolatijnse auteur die een groot deel van zijn leven doorbracht in Frankrijk, Engeland en Rome, waar hij uiteindelijk zou sterven. Hij schreef commentaren, poëzie en vooral Latijns proza, met de romans Euphormionis Satyricon en Argenis als opmerkelijkste werken. Daarnaast was Barclay echter ook de auteur van het Icon Animorum, een uitgesponnen essay over de zeden en de gewoonten van zijn Europese tijdgenoten. De Duitsers worden er neergezet als onverbeterlijke dronkenlappen (V.4).
Het Duitse volk is slaaf van een mateloze drankzucht, een ondeugd die bij hen intussen volledig is erkend en daarom des te vrijer wordt beleden. Deze barbaarse dronkenschap is echter niet slechts een manier om te genieten, neen, het is een vast deel van hun onderlinge omgangsvormen en bijna van hun levenswijze geworden. Wanneer de Duitse vorsten gezelschap nodig hebben voor hun liederlijkheid of zich opmaken om gezanten of vreemdelingen aan hun gastvrije tafel te ontvangen, is bij sommigen hun welwillendheid bijvoorbeeld slechts te verkrijgen aan deze beschamende prijs. Duitsers zijn er nu eenmaal van overtuigd dat ze vreemden niet aangenamer en met meer vriendelijkheid kunnen verwelkomen dan met een lang en straalbezopen feestbanket. Ze vinden bovendien dat hun eigen gastheren slechts de meest oprechte vriendelijkheid jegens hen aan de dag leggen, indien die alles in het werk stellen om henzelf én zichzelf met drank laveloos te voeren. Dat is bij hen de ultieme blijk van beschaafdheid en geldt bij een ontmoeting als een vorm van primaire zielsverwantschap, als was het een soort van band die gesmeed wordt.
Immensa cupiditas potus, iam confesso vitio ideoque magis libero, illam gentem infestat. Nec ad voluptatem tantum haec Thracica libido est, sed in parte comitatis et paene disciplinae. Venalis quorundam principum gratia pretio tam infami sive quaerentium comites vitiorum sive legatis advenisque hospitalem parantium mensam. Nam Germani nulla comitate suavius quam longo nec sobrio convivio peregrinos credunt excipere, et tunc verissimam ab ipsis hospitibus benevolentiam in se expromi, ubi mutuis poculis inundari non abnuunt. Id illic summa urbanitas et coeuntibus prima amicitia animis in foederis locum.
Vind-ik-leuk Aan het laden...
Gerelateerd