Jacques de Vitry (ca. 1165/1180-1240) was een Franse historicus, theoloog en kardinaal. Tijdens de vijfde kruistocht trok hij naar het Heilig Land en werd er een tijdlang bisschop van Akko. De Vitry is onder meer auteur van de Historia Hierosolymitana, een belangrijke bron voor de historiografie van de kruistochten. Daarnaast schreef hij echter ook talloze brieven en preken, waarin hij graag verhalen verwerkte die als stichtende voorbeelden (exempla) konden dienen. In een van die verhalen (Exempla XX) huwt een duivel met een heel vervelende vrouw.
Over een duivel die een vrouw trouwde van wie hij het geruzie niet kon verdragen.
Ik hoorde dat er eens een duivel was die de menselijke gedaante had aangenomen en in dienst was van een rijke heer. Omdat de heer heel erg ingenomen was door zijn gehoorzaamheid en toewijding, schonk hij hem zijn dochter ten huwelijk en daarbij ook een groot vermogen. Hele dagen en nachten maakte de vrouw echter ruzie met haar man, ze liet hem werkelijk geen moment met rust. Op het einde van het jaar zei de man tegen de vader van zijn vrouw: “Ik wil hier weg, ik wil terug naar mijn vaderland.” De heer gaf hem ten antwoord: “Heb ik je dan niet zo veel gegeven dat je niets tekortkomt? Waarom wil je hier weg?” De duivel antwoordde: “Neen, ik wil naar huis, op wat voor manier dan ook.” Zijn schoonvader vroeg: “Waar is dan dat vaderland van jou?” En hij antwoordde: “Ik ga u de waarheid vertellen, zonder iets te verhullen: mijn thuis is de hel, een plek waar ik nooit zoveel ruzie en verschrikking heb moeten verduren dan ik dit afgelopen jaar moest ondergaan met mijn twistzieke vrouw. Liever ben ik in de hel dan dat ik nog een moment langer met haar moet doorbrengen.” En na die woorden loste de duivel voor hun ogen op in het niets.
De diabolo qui duxit uxorem cuius litigia non poterat sustinere.
Audivi quod quidam daemon in specie hominis cuidam diviti homini serviebat et, cum servitium eius et industria multum placerent homini, dedit ei filiam suam in uxorem et divitias multas. Illa autem omni die ac nocte litigabat cum marito suo nec eum quiescere permittebat. In fine autem anni dixit patri uxoris suae: “Volo recedere et in patriam meam redire.” Cui pater uxoris ait: “Nonne multa tibi dedi ita quod nihil desit tibi? Quare vis recedere?” Dixit ille: “Modis omnibus volo repatriare.” Cui socer ait: “Ubi est patria tua?” Ait ille: “Dicam tibi et veritatem non celabo; patria mea est infernus, ubi numquam tantam discordiam vel molestiam sustinui quantam hoc anno passus sum a litigiosa uxore mea. Malo esse in inferno quam amplius cum ipsa commorari.” Et hoc dicto ab oculis eorum evanuit.
Vind-ik-leuk Aan het laden...
Gerelateerd