Marc-Antoine Muret (‘Muretus’, 1526-1585) was een van de grootste Franse humanisten uit de zestiende eeuw. Hij kende een bewogen leven dat hem als professor bracht naar talloze steden in Frankrijk en Italië. Muretus liet ook een omvangrijk en gevarieerd Latijns oeuvre achter, met zowel proza (redevoeringen, commentaren en brieven) als poëzie (tragedies, elegieën, satiren, oden en epigrammen). In een van zijn redevoeringen (Oratio XVIII) zingt hij de lof van de schoonheid en de universele bruikbaarheid van de klassieke talen Latijn en Grieks.
Nu komt daar ook nog een andere reden bij die veruit de belangrijkste stimulans zou moeten zijn tot de studie van beide klassieke talen. Want terwijl elk van de talen waarvan geleerde mensen en het gewone volk gezamenlijk gebruik maken, op zich beknot en beperkt wordt door welbepaalde nauwe grenzen, is het zo dat het gebruik van de talen waarover wij het hier hebben quasi over de hele wereld verspreid is. Wie Italiaans spreekt, zal enkel worden begrepen door Italianen. Wie slechts Spaans kan praten, zal tussen Duitsers als een stomme worden beschouwd. Een Duitser zal te midden van Italianen verplicht worden om zich met knikken en handgebaren verstaanbaar te maken in plaats van met zijn spraakvermogen. Iemand die uiterst virtuoos en erudiet Frans kan praten, zal eens hij buiten Frankrijk komt, vaak spontaan worden uitgelachen. Maar iemand die Grieks en Latijn kent, zo iemand zal - waar ook ter wereld - door een meerderheid worden bewonderd.
Nunc accedit alia longe gravissima, quae nos incendere utriusque studio debeat. Nam cum earum linguarum, quarum usus eruditis cum vulgo communis est, unaquaeque et certis et angustis limitibus circumscripta teneatur, harum, de quibus agimus, usus toto propemodum terrarum orbe diffusus est. Italice loquentem soli Itali intelligent; qui tantum Hispanice loquatur inter Germanos pro muto habebitur; Germanus inter Italos nutu ac manibus pro lingua uti cogetur; qui Gallico sermone peritissime ac scientissime utatur, ubi e Gallia exierit, saepe ultro irridebitur; qui Graece Latineque sciat, is, quocunque terrarum venerit, apud plerosque admirationi erit.
Vind-ik-leuk Aan het laden...
Gerelateerd