Het korte werkje Tractatus de mulieribus claris in bello (Γυναῖκες ἐν πολεμικοῖς συνεταὶ καὶ ἀνδρεῖαι – ‘Vrouwen verstandig en dapper in de oorlog’) is een verzameling van veertien Griekse biografietjes van beroemde antieke vrouwen. De collectie is anoniem overgeleverd, maar zou wel eens van de hand kunnen zijn van Pamphile van Epidauros, een historica van Egyptische origine die ten tijde van keizer Nero (midden eerste eeuw n.C.) in Griekenland werkzaam was. De negende biografie behandelt het leven van Lyde, de kleindochter van de roemruchte Gyges en grootmoeder van de grote Lydische koning Kroisos.
Volgens Xenophilos, de auteur van de Lydische historiën, was Lyde de vrouw en zus van Alyattes, de grootvader van Kroisos. Toen haar zoon, ook een Alyattes, het koningschap van zijn vader erfde, werd hij vreselijk gewelddadig. Zo scheurde hij de kleren van respectabele mannen aan stukken en spuwde hij tal van mensen in het gezicht. Lyde probeerde haar zoon zoveel als ze kon onder controle te krijgen en de heren die door hem waren beledigd met nobele woorden en daden tot verzoening te brengen. Door haar zoon met elke vorm van vriendelijkheid te omringen, bracht ze hem er uiteindelijk toe een diepe affectie voor haar te voelen. Van zodra ze nu het gevoel kreeg dat ze voldoende door hem werd liefgehad, deed ze alsof ze ziek was en onthield ze zich van voedsel en al de rest. Alyattes begon voor haar te zorgen en stopte eveneens met eten. Meer nog: hij werd zo onderdanig en onderging zo’n metamorfose dat hij, zo luidt het, de eerlijkste en rechtvaardigste onder de mensen is geworden.
Λύδη. Ταύτην φησὶν Ξενόφιλος, ὁ τὰς Λυδικὰς ἱστορίας γράψας, γυναῖκά τε καὶ ἀδελφὴν εἶναι Ἀλυάτεω τοῦ Κροίσου προπάτορος. Ταύτης υἱὸς Ἀλυάτης (sic) διαδεξάμενος τὴν τοῦ πατρὸς βασιλείαν ἐγένετο δεινῶς ὑβριστής, ὡς καὶ τὰ ἱμάτια ἀξιολόγων ἀνδρῶν περισχίσαι καὶ προσπτύειν πολλοῖς. Αὐτὴ δὲ τὸν μὲν υἱὸν ὅσον ἐδύνατο κατέστελλεν, τοὺς δὲ ὑβριζομένους καὶ λόγοις χρηστοῖς καὶ ἔργοις ἠμείβετο. Πᾶσαν δὲ τῷ υἱῷ φιλοφροσύνην προσφέρουσα εἰς στοργὴν ἑαυτῆς πολλὴν αὐτὸν περιέτρεψε. Νομίσασα δὲ αὐτάρκως ἀγαπᾶσθαι, σκηψαμένη ἀσθένειαν σίτου καὶ τῶν λοιπῶν ἀπέσχετο, τὸν δὲ παρεδρεύοντα καὶ ὁμοίως ἀσιτοῦντα κατασταλῆναι καὶ εἰς τοῦτο μεταβάλλεσθαι, ὥστε, φησίν, ὀρθότατον καὶ δικαιότατον αὐτὸν γενέσθαι.
Vind-ik-leuk Aan het laden...
Gerelateerd