Rafael Landívar, De hitte van de Jorullo (1781)

Rafael Landívar (1731-1793) werd geboren in Guatemala en trad toe tot de jezuïeten. Toen die religieuze orde uit de Spaanse gebieden werd gezet, trok Landívar naar Europa en vestigde hij zich in Bologna. Daar publiceerde hij in 1781 zijn Rusticatio Mexicana ('Het Mexicaanse landleven'), vijftien boeken Latijnse hexametrische poëzie waarin hij vol heimwee terugkijkt naar zijn verloren vaderland. In het tweede boek bezingt Landívar de spectaculaire vulkaan van Jorullo in Centraal-Mexico.
Daar glijdt een klare waterstroom vanaf een hoge bergflank
en waaiert over ruwe rotsen uit met zacht gekabbel,    270
om zo bewerkte akkers langs kanaaltjes te bevloeien.
De stroom sproeit er zijn koele water over tere plantjes
en laat in volle zomer dorstig vee zich weer verkwikken.
Maar eens de donkere holtes door de vlammen openbarsten
en ’t bergland van Jorullo als een woud van fakkels oplaait,
stort heel die hete vuurzee zich op ’t kabbelende water
en maakt de stroom die ’t dartel vee voorheen nog fris verkwikte
plots tot een warme waterkolk van borrelende bronnen.
En iemand die dan achteloos die stroom wou overzwemmen,
zou vast als straf voor zoveel overmoed zijn huid verliezen.  280
Maar als het vurig zonlicht ’t midden van zijn baan bereikt heeft,
verliest het water dat zonet nog kookte weer zijn hitte.
Zoals Cyrene’s klare bron met al zijn klaterend water
in Libië in ’t midden van de nacht pleegt heet te worden,
maar dan toch in de roze zonnestralen terug afkoelt,
zo stuurt ook de Jorullostroom zijn kokend water voorwaarts,
om daarna in de hitte van de zon weer koel te worden.