Flavios Filostratos (ca. 170-ca. 240 n.C.) was een Griekse sofist uit Athene. Op zijn naam (of die van diverse naamgenoten) staan tal van werken overgeleverd, onder meer een collectie Ἐπιστολαί (‘Βrieven’). Filostratos’ tweeëndertigste briefje is een flirterige liefdesverklaring, gericht tot een 'γυνὴ καπηλίς' ofte een herbergierster.
Je ogen zijn nog doorschijnender dan je glazen, zodat men dwars door je ogen je ziel kan zien. De blos op je wangen is nog mooier dan de kleur van de wijn zelf. Dat linnen jurkje van je reflecteert de glans van je wangen. Je lippen zijn gedoopt in het bloedrood van rozen. Ik heb de indruk dat het water dat je brengt afkomstig is uit de bronnen van je ogen en dat je daarom wel één van de nimfen moet zijn. Hoeveel gehaaste mannen breng je eigenlijk tot stilstand? Hoeveel rennende passanten houd je vast? Hoeveel mannen trek je aan met je verleidelijke lokroep? Ik ben de eerste om dorst te krijgen als ik je ook maar zie. Ik sta aan de grond vastgenageld, tegen mijn wil. Ik houd mijn beker vastgeklemd en breng hem niet naar mijn lippen, al weet ik dat jij het bent die ik indrink.
Τὰ μὲν ὄμματά σου διαυγέστερα τῶν ἐκπωμάτων, ὡς δύνασθαι δι᾽ αὐτῶν καὶ τὴν ψυχὴν ἰδεῖν, τὸ δὲ τῶν παρειῶν ἐρύθημα εὔχρουν ὑπὲρ αὐτὸν τὸν οἶνον, τὸ δὲ λινοῦν τοῦτο χιτώνιον ἀντιλάμπει ταῖς παρειαῖς, τὰ δὲ χείλη βέβαπται τῷ ῥόδων αἵματι, καί μοι δοκεῖς καὶ τὸ ὕδωρ φέρειν ὡς ἀπὸ πηγῶν τῶν ὀμμάτων καὶ διὰ τοῦτο εἶναι Νυμφῶν μία. Πόσους ἱστᾷς ἐπειγομένους; πόσους κατέχεις παρατρέχοντας; πόσους φθεγξαμένη καλεῖς; ἐγὼ πρῶτος, ἐπειδὰν ἴδω σε, διψῶ καὶ ἵσταμαι μὴ θέλων, τὸ ἔκπωμα κατέχων· τὸ μὲν οὐ προσάγω τοῖς χείλεσι, σοῦ δ᾽ οἶδα πίνων.
Vind-ik-leuk Aan het laden...
Gerelateerd