Op een papyrus uit het Egyptische Tebtunis (het huidige Tell Umm el-Baragat) is een fragment van een anoniem gedicht bewaard. De papyrus dateert van ca. 100 v.C., de tekst zelf is wellicht een stuk ouder. In dit lyrische gedichtje klaagt Helena tot haar echtgenoot Menelaus dat hij haar nu, na de val van Troje terug in Griekenland, uiteindelijk toch in de steek laat.
Jij leek mij vroeger vreugde
en liefdesvuur te geven,
toen jij mij nog beminde
en met je oorlogswapens
de vesting van de Frygiërs
tot op de grond verwoestte, 5
alleen maar uit verlangen
om mij, jouw echtgenote,
terug naar huis te brengen.
Maar, laat je mij nu achter,
maak jij je vrouw nu eenzaam,
door ijskoud weg te lopen?
Ik ben de vrouw die destijds 10
door hele scharen Grieken
vol vuur het hof gemaakt werd,
de vrouw voor wie Artemis
dat ongehuwde meisje
ooit voor zich opgeëist heeft,
geslacht door Agamemnon.
ὦ φανεὶς χάρμα μοι
φίλιον, ὅτ᾿ ἔμ᾿ ἠγάπας,
ὅτε δόρατι πολεμίωι
τὰν Φρυγῶν
πόλιν ἐπόρθεις, μόνον 5
τἀμα κομίσαι θέλων
λέχεα πάλιν εἰς πάτραν.
νῦν δὲ μούναν μ᾿ ἀφεὶς
ἄλοχον, ἄστοργ᾿, ἄπεις,
ἣν Δαναιδᾶν λόχος 10
(μετ)έμολεν,
ἧς ἕνεκα παῖδα τὰν
ἄγαμον εἷλ᾿ Ἄρτεμις
σφάγιον Ἀγαμέμνονι.
Vind-ik-leuk Aan het laden...
Gerelateerd