Jouw superieure pracht stelt alle meisjes in de schaduw,
je won het zelfs van Venus, als zij geen godin zou zijn.
Je lokken zijn van goud, je voorhoofd hoog, zoals gepast is,
je blik is als een glimlach en je wenkbrauwen zijn zwart.
En als je blik beweegt, treft mij een innerlijke tweestrijd,
want vreugde vult mijn hart dan, maar mijn hartstocht brandt als vuur.
Je wangen glanzen tegelijk van blankheid én ze blozen,
je neus siert je gelaat en maakt jou liefelijk en knap. 90
Je lippen zwellen lichtjes, in een roze gloed geschilderd:
wat zou ik graag mijn lippen daarop drukken, als ik kon.
Je tanden staan mooi in de rij en fonkelen van witheid,
de glimlach op je aangezicht doet iedereen plezier.
Ook heerlijk is je kin, je hals lijkt witter dan een sneeuwlaag
en steeds als ik die zie, staat mijn hart mateloos in brand.
Dat geeft mij een vermoeden van de blankheid van je lichaam
dat jij onder je kleren weggestopt zo fraai verbergt.
Je beide borstjes vormen ook een wonderlijke boezem,
ik denk echt dat ze elk op zich mooi passen in één hand. 100
Je houding is mooi recht, gracieus, perfect voor een omhelzing,
je strakke armen en je handen zijn een hulde waard,
maar ieder lichaamsdeel verdient bij jou op zich een lofzang,
ja, jij bent zoveel knapper dan ik eigenlijk zeggen kan.
Tu superas cunctas forma praestante puellas
et vincis Venerem, ni foret ipsa dea.
Aurea caesaries, tibi frons est, ut decet, alta,
ridentes oculi, nigra supercilia.
Quando moves oculos, vario certamine pungor,
gaudia corda movent, sed tamen urit amor.
Candidus et rutilans simul est color ipse genarum
exornat faciem nasus et inde places. 90
Labra tument modicum, roseo perfusa colore,
quae mihi, si possem, iungere velle foret.
Ordine formati candent albedine dentes,
omnibus est gratus risus in ore tuo.
Complacet et mentum, gula proxima plus nive candet,
quam quotiens video, cor sine fine calet.
Haec mihi significat, quantum sint candida membra,
quae tegis interius vestibus ipsa tuis.
Utraque conformat tua pectora pulchra papilla
quas, velut ipse puto, clauderet una manus. 100
Hic status est rectus, gracilis, complexibus aptus,
bracchia cum manibus laude probanda vigent.
Cetera membra quidem proprio funguntur honore
et plus quam possum dicere pulchra manes.
Vind-ik-leuk Aan het laden...
Gerelateerd