Giovanni Pietro Maffei, Thee in Japan (1589)

Als Japanners samen eten of drinken, doen ze dat volgens een hele serie voorschriften en specifieke rituelen, en iedereen respecteert die minutieus. Wijn uit druiven kennen ze niet, maar ze persen wel wijn uit rijst. Ze scheppen echter bovenal genoegen in het drinken van water dat bijna kookt en dat doordrenkt is met een poederstof die we hierboven ‘thee’ hebben genoemd. Met dit drankje gaan ze uitermate consciëntieus om. Zelfs de meest hoogstaande mannen maken er een erezaak van om eigenhandig de thee voor hun vrienden op te warmen en te mengen. Ze hebben in hun huizen bovendien specifieke ruimtes die aan deze dienst zijn toegewijd. In die kamers staat onafgebroken een vuurtje met daarop een gietijzeren keteltje en uit dat keteltje schenken ze dan kopjes thee voor hun vrienden, bij hun aankomst en bij hun vertrek. Wanneer gasten weggaan, geven ze hun ook merkwaardige kostbaarheden mee, die voor hen uitermate belangrijk zijn. Het gaat min of meer over hetzelfde toebehoren voor het drankje dat ik beschreven heb: een vuurtje, een ketel met een drievoet, een trechter, porseleinen kopjes, lepeltjes en ook kruikjes ter bewaring van ofwel de kruidenplant zelf, ofwel het poeder dat daaruit wordt gemaakt. 
Convivandi ac propinandi multas habent leges cum ritibus exquisitis; hasce cuncti diligenter observant. Usum vitis ignorant; oryza exprimunt vinum; sed ipsi quoque ante omnia delectantur haustibus aquae paene ferventis insperso quem supra diximus pulvere Chia. Circa eam potionem diligentissimi sunt, ac principes interdum viri suis ipsi manibus eidem temperandae ac miscendae amicorum honoris causa dant operam certasque habent aedium partes huic ministerie dicatas. In iis foculus assidue stat cortina e ferro liquato superimposita: inde venientibus et abeuntibus amicis pocula porrigunt. Hospitibus vero in digressu contemplandam etiam offerunt gazam, quae apud eos maximi est; ea ferme sunt illius quam dixi potionis instrumenta: focus et olla cum tripode, infundibulum, figlini calices, cochlearia et vascula tum herbae ipsi, tum pulveri qui ex ea conficitur adservando.