Alexander was de zoon van Priamos. Hij was herder op de Idaberg en werd er verliefd op Oinone, de dochter van Kebren. Naar verluidt was het meisje door een godheid bezeten en deed ze voorspellingen over de toekomst, maar ook los daarvan stond ze alom bekend omwille van haar scherpzinnige verstand.
Alexander nam haar dus bij haar vader weg en bracht haar als zijn vrouw naar de Idaberg, waar zijn stallen stonden. Omdat hij haar graag zag, beloofde hij dat hij haar nooit in de steek zou laten en haar hoog in ere zou houden. Oinone moest naar eigen zeggen erkennen dat hij op dat moment inderdaad misschien wel verliefd op haar was, maar ze voorzag dat er een tijd zou komen dat hij haar zou laten zitten en naar Europa zou varen. Daar zou hij dan in de ban raken van een buitenlandse vrouw en oorlog over zijn landgenoten afroepen. Ze deed Alexander ook uit de doeken hoe hij in de oorlog gewond zou raken en dat niemand in staat zou zijn hem te genezen, behalve zijzelf. Maar telkens ze hem met dit alles wou confronteren, verbood hij haar het er nog verder over te hebben.
De tijd stond niet stil en Alexander trouwde inderdaad met Helena. Oinone maakte Alexander verwijten om wat hij gedaan had en ging terug naar Kebren en haar familie. Weldra barstte de oorlog los en raakte Alexander gewond door een pijlschot van Filoktetes. Nu schoot hem de voorspelling van Oinone te binnen, die gezegd had dat zijzelf de enige zou zijn die hem kon genezen. Hij stuurde er een bode op uit en smeekte dat ze vlug moest komen om hem te genezen. Ze moest het verleden achter zich laten: het was toch door de wil van de goden dat alles zo was verlopen!
Oinone gaf hem een nogal ongezouten antwoord: “Hij moet maar Helena gaan en het aan haar vragen.” Toch ging ze haastig naar hem op weg en ze vernam er dat hij ziek te bed lag. Maar helaas: de bode was sneller en hij had de woorden van Oinone al overgebracht. Alexander verloor alle moed en gaf de geest. Toen Oinone ter plekke kwam, zag ze al een lijk dat neerlag op de grond. Ze barstte in weeklagen uit en nadat ze overvloedig om hem had geweend, benam ze zichzelf van het leven.
Ἀλέξανδρος ὁ Πριάμου βουκολῶν κατὰ τὴν Ἴδην ἠράσθη τῆς Κεβρῆνος θυγατρὸς Οἰνώνης. Λέγεται δὲ ταύτην ἔκ του θεῶν κατεχομένην θεσπίζειν περὶ τῶν μελλόντων, καὶ ἄλλως δὲ ἐπὶ συνέσει φρενῶν ἐπὶ μέγα διαβεβοῆσθαι.
Ὁ οὖν Ἀλέξανδρος αὐτὴν ἀγαγόμενος παρὰ τοῦ πατρὸς εἰς τὴν Ἴδην, ὅπου αὐτῷ οἱ σταθμοὶ ἦσαν, εἶχε γυναῖκα, καὶ αὐτῇ φιλοφρονούμενος μηδαμὰ προλείψειν, ἐν περισσοτέρᾳ τε τιμῇ ἄξειν. Ἡ δὲ συνιέναι μὲν ἔφασκεν εἰς τὸ παρὸν ὡς δὴ πάνυ αὐτῆς ἐρῴη, χρόνον μέντοι τινὰ γενήσεσθαι, ἐν ᾧ ἀπαλλάξας αὐτὴν εἰς τὴν Εὐρώπην περαιωθήσεται, κἀκεῖ πτοηθεὶς ἐπὶ γυναικὶ ξένῃ πόλεμον ἐπάξεται τοῖς οἰκείοις. ᾿Εξηγεῖτο δὲ ὡς δεῖ αὐτὸν ἐν τῷ πολέμῳ τρωθῆναι, καὶ ὅτι οὐδεὶς αὐτὸν οἷός τε ἔσται ὑγιῆ ποιῆσαι ἢ αὐτή. Ἑκάστοτε δὲ ἐπιλεγομένης αὐτῆς, ἐκεῖνος οὐκ εἴα μεμνῆσθαι.
Χρόνου δὲ προϊόντος ἐπειδὴ Ἑλένην ἔγημεν, ἡ μὲν Οἰνώνη μεμφομένη τῶν πραχθέντων τὸν Ἀλέξανδρον εἰς Κεβρῆνα, ὅθενπερ ἦν γένος, ἀπεχώρησεν· ὁ δέ, παρήκοντος ἤδη τοῦ πολέμου, διατοξευόμενος Φιλοκτήτῃ τιτρώσκεται. Ἐν νῷ δὲ λαβὼν τὸ τῆς Οἰνώνης ἔπος, ὅτε ἔφατο αὐτὸν πρὸς αὐτῆς μόνης οἷόν τε εἶναι ἰαθῆναι, κήρυκα πέμπει δεησόμενον, ὅπως ἐπειχθεῖσα ἀκέσηταί τε αὐτὸν καὶ τῶν παροιχομένων λήθην ποιήσηται, ἅτε δὴ κατὰ θεῶν βούλησιν ἀφικομένων.
Ἡ δὲ αὐθαδέστερον ἀπεκρίνατο ὡς χρὴ παῤ Ἑλένην αὐτὸν ἰέναι κἀκείνης δεῖσθαι, αὐτὴ δὲ μάλιστα ἠπείγετο ἔνθα δὴ ἐπέπυστο κεῖσθαι αὐτόν. Τοῦ δὲ κήρυκος τὰ λεχθέντα παρὰ τῆς Οἰνώνης θᾶττον ἀπαγγείλαντος, ἀθυμήσας ὁ Ἀλέξανδρος ἐξέπνευσεν, Οἰνώνη δὲ ἐπεὶ νέκυν ἤδη κατὰ γῆς κείμενον ἐλθοῦσα εἶδεν, ἀνῴμωξέν τε καὶ πολλὰ κατολοφυραμένη διεχρήσατο ἑαυτήν.
Vind-ik-leuk Aan het laden...
Gerelateerd