Cyriacus van Ancona, Een mythische zeetocht (1444)

En nu staken we dit zeevlak en de Egeïsche Zee inderdaad over onder zulke fantastische voortekenen dat de hele wereld ons heerlijk en wonderbaarlijk goedgezind toelachte. De andere tekens van deze prettige harmonie wil ik even terzijde laten: wij zetten onze tocht over de golven verder onder toenemend gunstige winden, alle zeilen stonden gezwollen en de twee kleine schuiten volgden, gebonden aan de achtersteven, in ons kielzog. Toen de reis al meer dan halverwege was, rekte het grotere van de twee bootjes –alsof ze was veranderd in een trots zeezoogdier- haar nek omhoog, jaloers op haar zusje dat ons in de haven naar hun moeder had begeleid. Ze zag namelijk dat het kleintje rustig vóór haar door de golven kliefde, terwijl zij die zelf met aanzienlijke moeite voluit met haar borst moest beuken. De goedaardige Cymodocea kreeg echter medelijden met haar, nam haar ter plekke in haar sneeuwwitte armen, zette haar brede boezem open en borg haar beschermend op vanbinnen in haar lichaam. Net als bij dolfijnen dompelde ze de sneb diep in de brede zee en deed het aantal van haar eigen zusters toenemen door het bootje te veranderen in een waternimf. 
Verum enimvero ita bonis avibus hoc et Aegaeum ipsum transiecimus aequor, ut omnia nobis felicia mirificaque secundarent. Nam, ut alia praetermittamus tam et honorificaque insignia synodiae, dum nostrum ipsum per aequoreum iter, bonis crebrescentibus Aeolis, tumescentibus omnibus proveheremur velis, cymbaeque puppi alligatae binae pone subsequemur, cum, iam medio transiecto itinere, maior erecta cervice, veluti superbam in pystrim versa, sororem, quae nos subvehendo ad matrem in portu perduxerat, haemulans, dum minorem ante se leniter fluctum secantem vidisset, duroque pectore impetu non mediocriter lacessisset, eam miserans optima Cymodocea, cum illam suis illico lacertis niveis amplexisset, et amplo aperto sinu suis illam mediis in visceribus protectam occulisset, delphynum more demerso lato sub aequore rostro, eam ipsam sororum augendo numerum mutavit in νύμφαν.