Maffeo Vegio, Supplementum Aeneidos, vss. 302-315 (1428)

De gloed van de ochtendstond vulde de machtige wereld met daglicht,
maar vader Latinus besefte dat door de rampzalige oorlog
het Italische volk was verzwakt en gebroken: het lot had volledig
de kant van de grootse Aeneas gekozen. Hij dacht aan de razende oorlog,       305
aan al zijn verpletterende zorgen, aan het bruiloftsverbond met zijn dochter
dat hij had beloofd en het nakende huwelijksfeest dat moest volgen.
Hij koos dus uit al zijn gelederen duizend vooraanstaande mannen
om straks voor de veldheer uit Troje die zozeer zijn moed had bewezen
escorte te zijn op zijn tocht naar de stad. Hij vroeg aan retoren 			310
in toga zich bij hen te voegen en gaf bij het vertrek hun de opdracht,
omdat de voorspellende tekens der goden het redelijk maakten
dat bloed van Italië zich met de Trojaanse bevolking zou mengen,
om minzaam en vriendelijk gestemd bij de plechtige stoet aan te sluiten
Aeneas’ gevolg op te zoeken en het vrolijk de stad in te leiden. 				315
Postera lux latum splendore impleverat orbem;
tunc pater infractos fatali Marte Latinus
defecisse videns Italos totamque potenti
cedere fortunam Aeneae, bellique tumultum					            305
ingentesque animo curas et foedera volvens
conubii promissa suae nataeque hymenaeos
praestantes vocat electos ex agmine toto
mille viros, qui Dardanium comitentur ad urbem
spectatum virtute ducem, iungitque togatos					                    310
multa oratores memorans, et euntibus ultro
imperat, ut quando auspiciis monitisque deorum
Troianam miscere Italo cum sanguine gentem
expediat, placido intersint animoque revisant
Aeneadasque vehant alta intra moenia laeti.					                    315