O, jij die zelf de bloesem bent van alle mooie meisjes
(hoe talrijk die ook waren in de jaren in ’t verleden
of hierna zullen zijn in alle tijden van de toekomst),
ja, jij die zelfs nog knapper bent dan Phoebus en zijn zuster:
kom, schraag je met je charmes aan de zijde van jouw dienaar, 5
want hij is dolverliefd op jou - zijn hartstocht kent geen grenzen.
Bied hem een beetje troost voor alle pijn van zijn verliefdheid,
dat hij de zorgen in zijn hart tenminste kan verlichten,
zo’n troost zoals ook Lesbia ooit schonk aan haar Catullus,
toen zij -als ik het goed heb- aan haar liefdesdolle dichter 10
haar zoete zoenpartijtjes schonk in zoveel duizendtallen
als sterren aan de hemel staan, als zand ligt op de stranden.
O quae flosculus es puellularum,
quot vel praeteritis fuere in annis,
vel posthac venienti erunt in aevo,
Phoebo pulchrior et sorore Phoebi,
assis o placida, et tuo ministro, 5
qui te diligit impotenti amore,
da solaciolum sui doloris,
quod curas animi levare possit.
Quale Lesbia tum dedit Catullo,
cum tot milia basiationum 10
quot sunt sidera, quot iacent arenae,
vesanus, puto, ceperat poeta.
Vind-ik-leuk Aan het laden...
Gerelateerd