Daniël Heinsius, Over de muggen van Zwijndrecht (ca. 1613-1617)

Op deze plek heeft Heinsius
	een bittere strijd geleverd,
door vliegen en een muggenzwerm
	een hele nacht belegerd.

Maar toen hij dat vervloekte bed
	verliet bij ’t ochtendgloren,
vond hij er vele door zijn hand
	genadeloos vermorzeld.

Verwelkom dus, Persephone,
	bij allen die ooit stierven,
de nachtelijke tateraars
	die onze slaap bedierven.
Ἐνθάδε κωνώπεσσιν ὅλην τὴν νύκτα παλαίων
   ψύλλαις τ’ ἀγχιμάχοις εὗδέ ποθ’ Εἱνσιάδης·
αὐτὰρ ἀνιστάμενος στυγερῆς ἐξ ὄρθριος εὐνῆς,
   πολλοὺς εὗρεν ἑῇ χειρὶ κατακταμένους.
Περσεφόνη, σὺ δὲ δέξαι ἀνάρσια φῦλα καμόντων,			
   νυκτιλάλους, ὕπνων ἡμετέρων φθορέας.