Juan Latino, De zeeslag bij Lepanto (1573)

De slag bij Lepanto was een van de grootse zeeslagen uit de wereldgeschiedenis. In de buurt van het huidige Naupaktos, aan de nauwe ingang van de Korinthische Golf, ging een geallieerde vloot onder bevel van ‘Don Juan’ van Oostenrijk op 7 oktober 1571 de confrontatie aan met de Ottomaanse armada. De meer dan tweehonderd christelijke schepen haalden een overwinning op de moslims en zorgden zo voor een immense vreugde in Europa. Een van de opmerkelijkste Neolatijnse lofzangen op deze glorieuze zege werd verrassend genoeg geschreven door een slaaf van zwart-Afrikaanse afkomst. Juan de Sessa, beter bekend als ‘Juan Latino’ (ca. 1518-ca. 1595) was een zwarte slaaf uit Ethiopië, die omwille van zijn talenten samen met de zoon van zijn Spaanse meester werd opgeleid. Hij excelleerde in klassieke talen en muziek, studeerde aan de universiteit van Granada en zou er later zelfs Latijn doceren. In het eerste boek van zijn epos Austrias Carmen beschrijft Juan Latino de gruwelijke gevechten bij Lepanto.
De ontknoping en eindoverwinning zijn heel lang onzeker gebleven;
de oorlogsgod schaarde zich niet aan de zijde van de een of de ander. 1130
Het zeewater kleurde al rood door het bloed van de stervende krijgers.
Je kon er de tollende lijken zien dobberen en deinen op het zeevlak
en midden de golven de koppels soldaten de strijd zien hervatten,
hun voeten gebonden, hun borstkas verheven tot boven het water,
tot vlak aan hun middel. Je zag ze verbeten gevechten beginnen
en zelfs met hun nagels naar neuzen klauwen als waren ze beesten.
Je zag anderen levend de gapende, machtige draaikolk in zwemmen,
nog anderen stortten zich worstelend samen omlaag in de golven
en zetten zelfs daar, her in der in het water, de vechtpartij verder.
Nog anderen, afgrijselijk verwond, sprongen hals over kop in de diepte, 1140
verloren hun handen maar graaien in het rond om een plecht vast te pakken
of trachtten – als het kon – met hun tanden en kaken een vaartuig te grijpen.