Vincent Obsopoeus, De kunst van het drinken (1536)

Als iemand hier in deze stad de kunst niet kent van ’t drinken,
	dat hij mij leest, dan drinkt hij straks als een volmaakte pro!
Door bouwkunst reiken grootse beeldhouwwerken tot de sterren,
	door vaarkunst klieft een zeeman door de golven van de zee.
Zijn moed en vliegkunst gaven Daedalus op Kreta vleugels;
	er is geen klus waar kunde niet vakkundig triomfeert.
Wil jij geen wijn staan drinken als de sukkel van het feestje,
	dan moet je Bacchus eren met bedrevenheid en stijl.
Want als hij niet, zoals het past, vakkundig wordt verheerlijkt,
	verkrijgen zijn vereerders slechts de woede van de god,			10
ja, Bacchus is charmant, maar als je hem misprijst of minacht,
	of hem verkéérd vereert, dan wordt diezelfde god een bruut.
Wie ondeskundig drinkt, krijgt door dat drinken slechts ellende,
	maar drink je wél bedreven, dan is wijn een heerlijkheid.
Het is dus nodig om een goede drinktechniek te vinden
	en als jij hier op zoek naar bent, wil ik je meester zijn.
Vertrouw dan maar de dichter, want mijn werk rust op ervaring,
	mijn boek is dus geen fictie, geen verzinsel of bedrog.
Kortom: mijn leer vloeit voort uit zware training in het drinken,
	de kunst die ik je leer is niet verzonnen maar doorleefd!		       20
Si quis in hac artem non noverit urbe bibendi,
	me legat, et lecta doctior arte bibat.
Arte laboriferi tolluntur in astra colossi;
	arte per undisonas navita currit aquas.
Gnosius audaci quoque Daedalus arte 
	nullus erit qui non vincitur arte labor:
dulcia symposiis ne vina bibamus inepti,
	et Bromius nobis arte colendus erit.
Qui nisi praecipua, sicut decet, arte colatur,
	iratum cultor sentiet esse deum.							  10
Sicut enim est placidus, sic intractabilis idem,
	cum spreto indigne numine cultus erit.
Si bibis indocte, sunt noxia vina bibenti;
	sunt bona, si docte dulcia vina bibis.
Quam sectere, igitur, certa est opus arte bibendi;					
	qui cupis hanc, nostro disce magisterio.
Usus opus movet hoc; vati parete perito;
	non fluit hic vana falsus ab arte labor.
Hanc multo bibulae partam sudore palestrae
	artem non fictam trado, iuventa, tibi.						  20