De wereld had zich nog niet onderworpen aan Rome en de oceaan had nog geen buiging gemaakt voor de Tiber, toen op de plek waar de Gelarivier zich aan de kust van Sicilië in zee stort een jongeman met een adembenemende verschijning door een schip uit verre landen van boord werd gezet. Met de hulp van de bemanning brachten dienaren de militaire bagage van hun meester naar beneden en zijn paarden werden met banden onder hun buik op het strand gehesen. De man was niet gewoon aan de ongemakken van de zeevaart en lag nu neer in het zand in een poging om zijn hoofd, dat nog tolde door het rondzwalken op de golven, met een dutje weer op orde te krijgen. En toen, plots, weerklonk er een schrille schreeuw. Eerst bracht het bij de man in zijn slaap ruwe en verwarrende beelden voor de geest, maar toen het geluid in al zijn verschrikking dichterbij kwam, doorbrak het al snel zijn slaap. In het zicht lag er een woud van verspreide maar breed vertakte bomen waaronder dotjes donker kreupelhout en struikgewas oprezen, alsof ze plaatsen voor een hinderlaag wilden vormen. Daaruit stormde plotseling een vrouw tevoorschijn naar de vlakte. Ze had wondermooie gelaatstrekken, maar doordat haar ogen waren ontsierd door de tranen en haar lokken er los bijhingen als bij een rouwprocessie, maakte ze een angstaanjagende indruk. De vrouw joeg haar paard met zweepslagen voort, maar het dier voldeed nauwelijks aan haar gejaagde vaart, terwijl zij intussen even fel gilde als een Frygische of Thebaanse bacchante. De jongeman had van nature sympathie voor misdeelden, en zijn respect voor het vrouwelijke geslacht en de heftigheid van haar kermen sloegen hem nu hevig uit zijn lood. Dat dit het eerste schouwspel was waarmee hij bij zijn aankomst in Sicilië geconfronteerd werd, vatte hij bovendien op als een slecht voorteken.
Nondum Orbis adoraverat Romam, nondum Oceanus decesserat Tibri, cum ad oram Siciliae, qua fluvius Gelas maria subit, ingentis speciei iuvenem peregrina navis exposuit. Servi ope nautarum cultum domini militarem ex alto comportabant, suspensosque per praecincta ilia equos dimittebant ad litora. Ille insuetus navigii malis procubuerat in arenam quaerebatque circumactum pelagi erroribus caput sopore componere, cum acutissimus clamor, primum quiescentis mentem implacida imagine confundens, mox propius advolutus somni otium horrore submovit. Silva erat in conspectu, raris quidem sed in ingens spatium effusis arboribus, subter quas tumuli, fruticum dumorumque caligine, velut ad insidias surrexerant. Hinc repente in campum erumpit femina optimi vultus, sed quae corruperat oculos fletu, sparso quoque in funebrem modum crine terribilis. Incitatus verberibus equus non sufficiebat in cursum effusae nec mitius quam in Phrygio aut Thebano furore ululanti. Concussêre illico iuvenis mentem, praeter favorem in miseros pronum, etiam reverentia sexus gemendique atrocitas. Omen quoque in spectaculo captabat quod intranti Siciliam primum occurrerat.
Vind-ik-leuk Aan het laden...
Gerelateerd